zaterdag 21 april 2018

P Politiek

D66 juicht toe dat gemeente reserves benut voor achterstallig onderhoud

Wassenaar - Het zou van weinig respect getuigen als we de jaarlijkse behandeling van de Wassenaarse begroting in de gemeenteraad zouden betitelen als een ‘rituele dans’, maar de vergelijking dringt zich wel op. Elk jaar opnieuw zien en horen we hoe raadsleden – vooral uiteraard de oppositie – dramatische verhalen ophangen over de dreigende financiële ondergang van Wassenaar, dat benarde dorp aan zee. Terwijl iedereen die met verstand van zaken de begrotingsstukken bekijkt kan vaststellen dat Wassenaar, letterlijk als enige gemeente in Nederland, er riant voorstaat – financieel in elk geval.

Geen reden om nu dan maar ons spaargeld – meer dan enige andere Nederlandse gemeente heeft - over de balk te smijten. Maar D66 is het er helemaal mee eens dat het gemeentebestuur ervoor kiest nu eindelijk dat geld te gebruiken voor het doel waarvoor we het hebben ontvangen van het Rijk en van onze inwoners. Jarenlang hebben we, als gemeente, het belang van onze spaarpot zwaarder laten wegen dan, bijvoorbeeld, de kwaliteit van de openbare ruimte. Van dat te voorzichtige beleid, waar de Wassenaarse burgers de last van ondervinden, neemt het huidige college afscheid.

Zo’n inhaalslag vergt een greep uit de kas, maar D66 vindt: daar is die kas ook voor. In de Raad gaat het op woensdag 2 november vooral over de vraag of er nu sprake is van een evenwichtige begroting. Veel discussies rondom de gemeentebegroting komen er overigens uit voor dat niet iedereen begrijpt (of wil begrijpen) dat gemeentefinanciën iets anders zijn dan het beheer van een privé huishouden of van een onderneming. Er gelden speciale wettelijke regels voor, vastgelegd in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Hoofdregel: de meerjarenbegroting moet structureel in evenwicht zijn.

De vraag is of er nog meer bezuinigingen mogelijk zijn en of de lasten voor de burgers niet te zwaar zijn. Tegelijk stellen we vast dat alle woonlasten samen in 2017 rond 1 miljoen minder bedragen dan in 2016, vooral dankzij de daling van de afvalstoffenheffing. Ons OZB-tarief (0,1182% van de WOZ-waarde) ligt nog steeds beduidend onder het landelijke gemiddelde (0,1256%).

Onzeker blijft voorlopig hoeveel er nog te winnen valt, in doelmatigheid en in kostenbesparing, bij verdergaande integratie met Voorschoten, bijvoorbeeld als alle ambtenaren onder een dak worden gebracht, in een bestaand gebouw. Die besparing zal niet onmiddellijk worden gerealiseerd, vandaar dat, om het structurele evenwicht van de begroting te bewaren, een speciale reserve ‘frictiekosten’ wordt ingesteld. Daaruit kan de komende paar jaren worden geput om de besparingen die nog niet onmiddellijk worden gerealiseerd, te verevenen.