woensdag 19 september 2018

K Kunst & cultuur

Valentina Tóth nu al een ware klavierleeuwin

Wassenaar - De Klankvijver: een centrum voor welzijn en muziek, gevestigd in de oude werkschuur op landgoed Duivenvoorde. Een sfeervol, gerestaureerd rijksmonument, waarin zaterdag het eerste huisconcert plaatsvond.

De van afkomst Hongaarse Valentina Tóth (1994) is nu al een ware klavierleeuwin. Haar grootouders én ouders op de eerste rij luisteren verzaligd naar het wonderkind. Dat zich ook nog eens heeft gespecialiseerd in acteren, waardoor muziektheatervoorstellingen haar op het lijf geschreven zijn. Om haar roots zo dicht mogelijk te benaderen heeft Tóth zich op Hongaarse componisten gestort. Zaterdag stond in het teken van Ernö Dohnányi (1877-1960), alias Ernst von Dohnayi. Toerde als jonge pianist door Europa en Verenigde Staten, was tevens componist, muziekpedagoog en dirigent.

Tóth bezit een fabelachtige tech-niek, heeft een bijzonder krachtig toucher. Haar vingers willen je nadrukkelijk iets vertellen over de diepgang van de compositie. Volmaakt geschikt om de laatromantische en formeel-klassieke Dohnanyi tot leven te roepen. Haydns Sonate in C lijdt daar echter enigszins onder. Vooral in het middendeel, dat een weinig vloeiend meditatieve lijn ontwikkelt.

Maat Tóth geeft de Hongaar adelaarsvleugels. Beïnvloed door Brahms en Liszt, zit hij toch ook op de lijn van Bartók in de vier delen uit ’Ruralia Hungarica’. Je hoort vrouwen en kinderen elkaar met schelle stemmetjes toezingen tijdens het werk op het land.

’Pastorale op een Hongaars Kerstliedje’ lijkt aanvankelijk over één engel te gaan, maar plotseling is er bij de engel een grote hemelse legerschaar. Dohnanyi’s kerst laat Tóth horen als één feestelijk ka-baal, vol rinkelende belletjes, razendsnelle nootjes die door het luchtruim zwieren, moe geworden weer afzakken tot een lieflijk kerst-liedje dat gezongen wil worden. Met Vijf Humoresken toont Valentina Tóth vol passie haar virtuoze muzikaliteit. ’Mars’ in stevige ritmiek die in toenemende spanning stand houdt, oplost in een zwevend akkoordje. In de Toccata rollebollend, in doldrieste werveling afgewisseld door majestueuze melodielijnen. In opstapelende harmonieën en verrassende ritmes in de Variaties op een Pavane. Twee enorme, dissonante akkoorden slaan de stilte aan stukken aan ’t begin van de Prelude en Fuga die zich flamboyant ontvouwen onder het adembenemende spel van Tóth die haar instrument streelt, bevecht in gretig fugatisch lijnenspel.