dinsdag 22 juni 2021

A Algemeen

Politieverhaal - 'Castor, af!'

Op een warme zomerse dag rijd ik op de motor naar een buitenwijk om een bewoner een gerechtelijk stuk te laten ondertekenen. Ik breng de motor tot stilstand bij een hoge flat en kijk naar het adres en huisnummer op mijn papieren. Nummer 818. Het zal de bovenste verdieping wel zijn, denk ik bij mezelf.
In de hal aangekomen zie ik dat het appartement waar ik moet zijn inderdaad op de bovenste verdieping ligt. Maar gelukkig, er is een lift.

Ik loop de galerij op en lees in gedachten de huisnummers van de voordeuren waar ik langs loop: 802, 804, 806, 808 810…
En dan opeens; een doffe dreun gevolgd door een hard geblaf van een hond. Tijdens het passeren van huisnummer 810 schiet er een hond tegen het dubbele glas van de voordeur van de woning. Onder luid geblaf laat de viervoeter merken dat hij niet van mijn komst is gediend.

Van schrik deins ik achteruit, kom met mijn zij tegen de balustrade van de achtste verdieping en kijk over de rand van het hek een kleine 30 meter naar beneden. Mijn hartslag loopt op naar de 180 slagen per minuut en mijn lichaamstemperatuur begint in een sneltreinvaart te stijgen. Snel herpak ik me, zodat ik niet van acht hoog naar beneden kukel. De hond blijft maar blaffen terwijl ik verder loop. 810, 812, 814, 816. Ja, ik ben er. De bewoner opent de deur en ondertekent het gerechtelijk stuk, waarna ik weer terugloop richting de lift. Ik hoor de hond nog steeds blaffen.

Bij nummer 808 wordt de deur geopend door een oudere dame. ‘Agent’, zegt de dame, ‘iedere keer als er iemand over de galerij loopt, slaat de hond van mijn buurman aan als hij niet thuis is. De buurman is niet voor rede vatbaar, maar ik word er tureluurs van. Kan u hier iets aan doen?’ Snel denk ik na. ‘Weet u hoe de hond heet, mevrouw?’ vraag ik haar. ‘Castor, agent,’ is het antwoord.

Ik kijk door de brievenbus en zie een schuimbekkende grote hond voor de deur staan die nog steeds niet gestopt is met blaffen. Ik schraap mijn keel en schreeuw zo hard als ik kan: ‘Castor, Af!’
Tot mijn stomme verbazing zie ik dat de hond gaat liggen en stopt met blaffen. Ik strek mijn lijf, loop langs de oude dame van huisnummer 808 en zeg: ‘Geregeld mevrouw.’

Vervolgens loop ik snel verder en kijk niet meer achterom, zodat de dame de grijns op mijn gezicht niet ziet. Eenmaal beneden kijk ik nog één keer omhoog.
Op de achtste verdieping staat de oude dame, ze leunt over de balustrade en kijkt mij met open mond aan als ik op de motor stap en wegrijd. Toch maar even een mailtje naar de wijkagent sturen als ik op het bureau ben.