zondag 05 december 2021

A Algemeen

Politieverhaal - 'Julia'

Volledig voorbereid op haar toets reed Julia (14) op de fiets naar school. Ze stak over op de plek waar de provinciale weg ophoudt en de bebouwde kom begint. Ik rijd er vandaag weer langs. En meteen schieten mijn gedachten terug naar die dag. We krijgen een melding: aanrijding letsel. We racen met gierende banden naar deze kruising. Tegelijk met de ambulance komen we aan. Een man staart stoïcijns voor zich uit vanuit zijn grote vrachtwagen. Ik zie een flinke deuk in de voorkant van de auto. Een verschrompelde fiets en… een meisje. Ze ligt doodstil op het wegdek.

De ambulancebroeder en ik springen bijna tegelijk uit onze auto’s. We verlenen eerste hulp. De politieauto’s blokkeren de doorgaande weg voor het verkeer. Alleen het fietspad is nog vrij. Ik zie de geschrokken blikken van de fietsers die het ongeval passeren. Bijna allemaal onderweg naar de middelbare school 300 meter verderop. Terwijl de ambulancebroeders vechten voor het leven van het meisje, loop ik naar de vrachtwagenchauffeur. De tranen staan in zijn ogen.

Hij kan geen woord uitbrengen. Mijn collega’s vangen hem op. Uit getuigenverklaringen bleek dat het meisje plotseling overstak. Ze zag de vrachtwagen totaal over het hoofd. Er was geen remmen aan. De vrachtwagenchauffeur had zich keurig aan de regels gehouden. Mijn blik richt zich op de ambulancebroeders die het meisje van een jaar of 14 vakkundig en snel op de brancard leggen. Ik vrees het ergste en kijk de mannen in het wit aan. Ze schudden langzaam met hun hoofd.
Op dat moment komt er een auto over het fietspad aanrijden. Alsof hij haast heeft en niet wil omrijden. Ik stap het fietspad op en geef de man een stopteken. De man trapt op zijn rem en met piepende banden komt de auto tot stilstand. Ik wil de man aanspreken op zijn rijgedrag. Maar daarvoor krijg ik de kans niet.

‘Julia! Julia! Julia! Mijn dochter!’ Zijn stem klinkt wanhopig. Ondertussen rent hij mijn kant op met zijn armen omhoog. Hij is de vader van het meisje. Haar klasgenootjes hebben hem vast gebeld. Ik loop naar hem toe en vang hem op. Ik wil hem het beeld van zijn ernstig verminkte dochter besparen. Bemoedigend spreek ik hem toe. Ondertussen realiseer ik me dat dit heel slecht kan aflopen.

De ambulancebroeders rijden naar het universitaire ziekenhuis. En dat is een slecht teken. Dan is ze er te ernstig aan toe voor het plaatselijke ziekenhuis. Samen met de vader rijd ik naar zijn huis. Daar halen we zijn vrouw op om samen naar het ziekenhuis te gaan. ‘Julia had vandaag een toets. Daar heeft ze zó hard voor geleerd.’ vertelt hij. Haar moeder vult aan: ‘Ze zei nog: ik ga een goed cijfer halen. Ze is zo gedreven.’ Van haar gedrevenheid tot haar muzieksmaak. Alles kwam voorbij. Met tranen in zijn ogen vertelt haar vader: ‘Ze liet me gisteren een mooi liedje horen wat ze luisterde op de radio. Show me heaven.’ Het was duidelijk dat haar ouders trots op haar zijn. Eenmaal bij het ziekenhuis aangekomen, slaat de hoopvolle sfeer om. Julia is overleden. Het verdriet is met geen pen te beschrijven.

Julia zal ik nooit vergeten, elke keer als ik langs dit kruispunt rijd of het liedje ‘Show me heaven’ van Maria McKee hoor, ben ik in gedachte bij haar.