Skip to content

RijnlandRoute: Vernieuwde flora helpt ook fauna bloeien

17 januari 20205 minute read

Sjoukje van Heesch is landschapsarchitect. Voor de RijnlandRoute heeft zij onder meer de plannen gemaakt voor het ‘groen’ rondom het traject van de verdiepte N434 en de nieuwe wegaansluitingen. In de plannen worden dat ‘mitigerende’ en ‘compenserende maatregelen’ genoemd. Maar wat houdt dat eigenlijk in? Een gesprek met haar over de aanpak ‘bloeiende flora en fauna’.

“Het gaat niet alleen om bomen en struiken, maar ook om dieren in de omgeving van de RijnlandRoute”, begint Sjoukje het gesprek. “In de natuur hebben dieren en planten elkaar nodig, net zoals wij de natuur nodig hebben. Bij de aanleg van de RijnlandRoute gaan we een behoorlijk oppervlak nieuw inrichten met bomen, struiken, klimplanten, hagen en nog veel meer. Afhankelijk van het landschap en de routes of leefgebieden voor dieren kijken we hoe we dit zo goed mogelijk kunnen doen. We hebben vanuit flora én fauna gekeken naar behoud, terugkeer en vernieuwing. Bij de nieuwe weg en benodigde aanpassingen houden we maximaal rekening met het al veel oudere landschap. De nieuwe flora zorgt er op een aantal plaatsen óók voor dat de fauna extra kan opbloeien.”

Lopers, vliegers en zwemmers

Als je iets nieuws aanlegt, zoals de twee knooppunten op de A44 en A4, heb je de kans om iets te doen aan de barrièrewerking van zo’n snelweg. Sjoukje: “Zo hebben we bij het nieuwe knooppunt Ommedijk voor kleine zoogdieren en amfibieën een elf meter brede passage aangelegd. Zodat ze veilig de andere kant van de A44 kunnen bereiken en hierdoor nieuwe plekken kunnen opzoeken of populaties zich kunnen mengen. Voor andere diersoorten zoals vleermuizen en boommarters worden veel nieuwe bomen aangeplant langs de A44. De bermen en dijkjes langs de tunnelbak bieden ook kansen. Bijvoorbeeld voor bestuivende insecten die we hard nodig hebben. Daarom worden alle bermen en taluds van de A4, de N434, de Tjalmaweg en de Europaweg met bloemrijk gras ingezaaid. Ook worden veel bloeiende struiken en bomen toegepast die gunstig zijn voor bijen en andere bestuivers. Wat ook weer goed is voor insectenetende vogels. We onderzoeken nog hoe we oevers kunnen voorzien van allerlei bloeiende oeverplanten. Dat is een uitdaging, omdat deze aanpak nogal nieuw is voor bestaande oevers en het oeverbeheer op maat moeten worden gemaakt. Daar is nog niet zoveel ervaring mee.”

Nieuw voor oud

Er zijn ook de nodige bomen en struiken verdwenen. Hoe komt die natuur weer terug? Sjoukje: “Die kap was helaas nodig om ruimte te maken voor de aanleg van de RijnlandRoute. Maar het biedt ook kansen. Bij de herplant zorgen we voor zoveel mogelijk variatie, waarbij we rekening houden met het landschap en wensen van omwonenden. Zo komt er een dicht bosplantsoen van streekeigen beplanting terug langs de Stevenshof. Bij de geluidsschermen langs de A44planten we aan de wegkant veldesdoornhagen, zoals die ook staan langs het Wassenaarse deel. Dat trekken we helemaal door tot knooppunt Leiden-West. En aan de bewonerskant van de schermen planten we bomen en struiken in verschillende hoogtes, zodat de schermen voor hen zo snel mogelijk achter het groen verdwijnen. Ook langs Vlietland is er dicht struikgewas terug geplant zoals meidoornstruweel en andere hoge struiken. Hierdoor zie je straks amper meer de A4 vanuit recreatiegebied Vlietland. In de Oostvlietpolder, langs de A4 plaatsen we losse hakhoutbosjes van elzen omdat dat wenselijk is voor de vleermuizen. We zijn daar overigens terughoudend met opgaande beplanting, omdat de weidevogels juist weer open ruimte nodig hebben. Om diezelfde reden planten we in het open weidegebied tussen Wassenaar en Leiden alleen individuele bomen: Meerstammige elzen, typisch voor de polder.”

Wandelen en fietsen

Als je zo’n groot infrastructuurproject realiseert, zijn er dan uitgelezen kansen? “Ja, ik vind van wel”, zegt Sjoukje. “Het landschapsplan voor de RijnlandRoute heet ‘RijnlandRoutes’. Daarmee wordt gedoeld op alle lokale netwerken die de weg kruisen. Zoals fietspaden, wandelpaden, trekroutes van kleine zoogdieren en vliegroutes van vleermuizen. Die proberen we zoveel mogelijk te behouden en te verbeteren. Door de faunapassage en het fietspad onder de A44 bijvoorbeeld, maar ook door looprichels in duikerbruggen, rietkragen op het aquaduct, boomgroepen als ‘hop-over’ voor vleermuizen, nieuwe fietsroutes en snelfietspaden, nieuwe wandelpaden in de parkstrook bij Valkenburg en boerenlandpaden door de Papenwegse Polder en de Oostvlietpolder. Het aantal boerenlandpaden uit het oorspronkelijke plan hebben we wel wat teruggebracht op verzoek van bewoners van de Leidse wijk Stevenshof.” vertelt Sjoukje. “Dat is om de balans tussen natuurbeleving en de natuur wat rust gunnen.”

Plant eens een boompje

Wanneer wordt er gestart met het planten? Sjoukje: “Dat kan pas als we echt klaar zijn met het bouwen op een bepaalde plaats. En dat duurt soms behoorlijk lang. Een deel hebben we al aangeplant. Omdat Gemeente Leidschendam-Voorburg graag meer wegbegeleidende beplanting wilde in het buitengebied van Stompwijk, is in 2016 al een deel van de herplant daar uitgevoerd. Ook binnen recreatiegebied Vlietland hebben we – als de bouwwerkzaamheden het toelieten — al bomen en struiken geplant. De grootste hoeveelheid planten gaat echter in het najaar van 2020 de grond in. Je kunt namelijk het beste aanplanten in het naseizoen: de herfst en winter. De planten kunnen dan ondergronds alvast wennen aan hun nieuwe stekje en in het voorjaar uitlopen en groeien en bloeien.”

Al met al dus een behoorlijke klus? “Pin me er niet op vast, maar om een beetje een beeld te krijgen: in totaal gaat het om grofweg 10.000 bomen, 20.000 struiken, 30.000 haagplanten en 30.000 klimplanten die de grond in gaan. Dat is inderdaad een behoorlijke klus.”

 

 

Tags

RijnlandRoute
Gerelateerde artikelen
Back To Top