vrijdag 25 juni 2021

A Algemeen

Politieverhaal - 'het brandweerrestaurant'

Het is alweer even geleden. Als beginnend politiestudent sta ik al bijna 45 minuten bij een politie-afzetlint te wachten, midden in een koude winternacht. De wind snijdt in mijn gezicht. Achter dit lint staat een autobedrijf in brand. Het gaat zo te zien om een flinke brand, waar ik toch best van onder de indruk ben. Grote vlammen slaan uit het gebouw naar buiten en het vuur maakt enorm veel herrie. Door het lange wachten zijn mijn tenen en vingers gevoelloos geworden en snak ik naar enige vorm van verwarming. Maar ja, als student durf ik uiteraard niet te vragen om te worden afgelost omdat ik het koud heb…

Verbaasd hoor ik ineens opnieuw de sirenes van een brandweerwagen. ‘Wat raar’, denk ik, de brand is al bijna een uur gaande en er zijn al genoeg brandweermensen aanwezig om te blussen. Als de wagen dichterbij komt, zie ik dat het om een vrachtwagen in brandweeruitvoering gaat. Achterop staat een grote container, uitgevoerd in de kenmerkende rode brandweerstijl.

Het gevaarte stopt vlak naast mij. Geïnteresseerd kijk ik hoe de chauffeur vlotjes de container van de wagen aflaadt, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. En dan… het is alsof ik droom, ik geloof ik mijn eigen ogen niet. Eenmaal op de grond schuift de chauffeur de gehele zijkant van de container open. Er gaan nog wat luiken en deuren open en ik zie dat voor mijn bevroren neus zowaar een restaurant op wielen wordt uitgeklapt. Wow! Een restaurant voorzien van tafeltjes, stoelen en zelfs een mobiele verwarming, om er lekker warmpjes bij te zitten. Er hangt ook een slinger van gekleurde lampjes boven de buffettafel. Het lijkt wel een kermis.

Als na een kwartiertje het mobiele brandweerrestaurant volledig is uitgeklapt, roept de chauffeur mij naar zich toe. In plat “Utregs” krijg ik te horen: ‘Hé pliesie agent, hejje zin in een ballekie?’ Nog voordat ik een woord kan uitbrengen zit ik daar, midden in de winternacht, op een verwarmd terras. Met een broodje gehaktbal in pindasaus in mijn hand, lekker onder de terrasverwarming. Die koude vingers zijn snel weg.