donderdag 29 juli 2021

A Algemeen

Politieverhaal - 'Ik heb geen tranen meer'

Als je de politie belt, dan ben ik die vrouw aan de andere kant van de lijn. In een paar seconden moet ik inschatten welke hulp je nodig hebt. Maar ik kan niet zien wat er aan de hand is. Het enige waar ik mee kan werken, is mijn gehoor, mijn stem én mijn onderbuikgevoel. En dat is soms best lastig.

Op een dag werkte ik vanaf huis. De poes lag op mijn bureau van de zon te genieten. Het was een rustige dag. De meldingen die ik eerder kreeg, waren gelukkig allemaal vrij eenvoudig op te lossen. En toen kwam ineens dat telefoontje waar ik heel nerveus van werd.
De man die mij belt, klinkt alsof hij al wat op leeftijd is. Hij spreekt geaffecteerd en belt met een vaste lijn. “Moet u eens luisteren mevrouw”, zegt hij bezorgd, “Mijn brandalarm gaat steeds af”. “Ach”, voel ik met hem mee, “dat is vervelend”. Uit ervaring weet ik dat zo’n alarm gekmakend is. Op dit moment is het aan de andere kant van de lijn echter stil. Ik hoor helemaal geen alarm.

Ik vraag de man of hij zijn huis heeft gecontroleerd op rookontwikkeling. Is er ergens een kaars omgevallen? Iets in de oven aangebrand? Of heeft er iemand wellicht te lang onder de douche gestaan? Dat kan ook. Maar nee, hij ziet niets geks, hoort en ruikt niets bijzonders. De batterijen zijn het niet. Als die op zijn, geeft zo’n melder een andere piep, vermoeden we allebei.

“Kan het misschien zijn dat het geen brandalarm is, maar een koolmonoxidemelder, meneer?” vraag ik bezorgd. In dat geval moet hij namelijk direct de woning verlaten. Koolmonoxide is immers een sluipmoordenaar. “Ik weet het eigenlijk niet”, stamelt hij.
Ik wil nog een vraag stellen, maar voordat dat lukt, gaat opeens het alarm af. Het geluid schettert in mijn oren. Het lijkt of de brandmelder direct boven het telefoontafeltje hangt. Ik schuif mijn headset weg om mijn oren te beschermen.

“MENEER!!” roep ik hard om zijn aandacht te krijgen. De poes, die naast me ligt, kijkt me verschrikt aan. Ik wil dat de man bij het alarm wegloopt óf de knop van het alarm indrukt om hem uit te krijgen.
Ik hoor gestommel op de achtergrond maar ik kan totaal niet inschatten wat er aan de andere kant van de lijn gebeurt. Ik aarzel even. Moet ik de brandweer al gaan inschakelen? Maar meneer had gezegd dat het probleem zich steeds herhaalt. Het zal zo wel over zijn. Ik wacht af en verbreek tot die tijd in ieder geval niet de verbinding.

Ik blijf de man roepen in de hoop dat hij de hoorn toch weer een keer bij zijn oor houdt. Dat gebeurt niet. Ik blijf roepen tot opeens het alarm stopt. Stilte. Totale stilte. Geen gestommel, geen pratende mensen, geen radio. Niets…
Ik roep opnieuw hard de naam van de man. Op mijn scherm zie ik dat hij nog steeds aan de lijn is. Ik denk aan koolmonoxidevergiftiging en voel nu toch wat adrenaline opkomen. In mijn verbeelding zie ik een oudere heer bewusteloos op de grond liggen. Op mijn scherm zoek ik snel het nummer van de brandweer van de regio waar de man woont. En ook maar vast dat van de ambulance. Dit is zo’n moment dat elke seconde telt. Ondertussen blijf ik roepen.

Net op het moment dat ik de hulptroepen wil inschakelen, hoor ik aan de andere kant van de lijn beweging in de verte. Het geluid komt dichterbij. Ik hoor de stem van de man. “Mag ik een koffie?”, zegt hij in alle rust. Een vrouwenstem geeft antwoord: “En wil je er een boterham bij?”
Ik hoor voetstappen dichterbij komen. De hoorn wordt opgepakt. “Daar ben ik weer”, zegt meneer vrolijk tegen mij, zich niet bewust van het doemscenario dat zich zojuist in mijn hoofd afspeelde. “Ik was even naar zolder gelopen. Het zal de wasdroger wel geweest zijn. Daar hangt ook zo’n melder. De was is klaar en mijn vrouw had de droger opengezet.”

“Ik ben erg blij dat ik u weer aan de lijn krijg”, zeg ik uit de grond van mijn hart. Ik ben stilletjes nog aan het bijkomen. “Fijn dat alles goed is. Wilt u het alarm voor de zekerheid vanmiddag nog even na laten kijken door een deskundige alstublieft?” De man belooft het. Ik wens hem een prettige dag. Het nummer van de brandweer en ambulance klik ik weg. Ik moet heel even bijkomen. In mijn la ligt gelukkig een groot stuk chocola.

Bron: Facebook politie Wassenaar