vrijdag 17 september 2021

A Algemeen

Politieverhaal - 'Een gratis rijles?'

Voordat zijn volgende leerling instapt, haast hij zich nog even naar het tankstation. Met een lege tank kun je immers geen rijles geven. Mooi. Pomp 2 is vrij. Twee minuten later zit de tank vol. Er is verder niemand hier. Snel binnen afrekenen. Een zakje winegums meenemen voor onderweg? Een onverwacht geluid haalt hem uit zijn gedachtes. Het stationaire gedraai van de motor verandert in een motor die gas geeft.

De rijinstructeur draait zich om en kijkt naar buiten. Zijn auto rijdt weg. Huh? Verbijsterd blijft hij achter… ‘Ik heb zondagochtenddienst en nog geen weet van dit tafereel. Wat verkijk ik me op de dagindeling. Kalm aan. Bakkie doen. Ik ben net van plan om de dienstauto’s eens grondig na te lopen. En dan komt de melding binnen. Heterdaad diefstal van een auto bij een pompstation. Ik spring in de dienstauto en haast mij naar de plek. Ondertussen luisterend naar de informatie van de centralist via de portofoon. Ah, een lesauto. Met een opvallende reclametekst op het dak. Nou, dat maakt het zoeken een stuk gemakkelijker. Ik praat eerst met de rijinstructeur. Eigenlijk kon hij het de dief niet makkelijker maken met de sleutels nog in het slot en de motor draaiende. Maar goed, ik ga op zoek naar de auto. Waar te beginnen?

Ik zoek een plek uit waarvan ik denk dat de dief er voorbij komt rijden. Ik neem mijn positie in en wacht. Yes! Nog geen minuut later zoeft de lesauto voorbij. Huh? Zie ik dat nu goed? De man stopt netjes voor het verkeerslicht. Check. Het onderdeel ‘wachten voor een rood verkeerslicht’, kan hij afvinken. Maar goed, betaald is er niet voor deze les. En een rijles zonder instructeur is ook niet de bedoeling. Ik ga achter hem rijden en schakel het bord ‘stop politie’ in.

De dief maakt van deze rit een soort rijopleiding. Overtuigd van zijn eigen rijkunsten. Zoef. Hij rijdt door rood. Zijn voet drukt het gaspedaal een stuk harder in. Ik zet mijn zwaailicht en sirene aan. Ik zit ’m op de hielen. Stoplichten. Weer rood. Maar de man rijdt met hoge snelheid door. Vanuit mijn ooghoek zie ik van rechts een andere man op een fiets aan komen rijden. Ik houd mijn adem even in. Dit gaat bijna verkeerd.
Gelukkig. Op een haar na mist de lesauto de man op de fiets. De man in de lesauto neemt nu onverantwoorde risico’s. Hij rijdt steeds roekelozer. Ik moet ingrijpen. Lukt het me nog om hem te pakken, of moet ik de achtervolging afbreken? Vlak voordat ik besluit om met de achtervolging te stoppen, rijden we een tweebaansweg op. Ik kijk rond. Er is geen verkeer om ons heen. Dit is mijn kans om naast de lesauto te komen. Ik druk mijn dienstauto tegen de lesauto aan en duw hem aan de kant. De drassige berm in.

Het heeft veel geregend de laatste tijd. Na een paar meter staat de lesauto tot aan zijn bodemplaat vast in de berm. Ik stap uit en hoor dat de bestuurder probeert om de lesauto uit de modder te rijden. De wielen van de auto draaien hard rond. Tevergeefs. Maar hij is niet van plan om uit te stappen. Alle portieren zijn vergrendeld. Ik probeer de autoruit aan de bijrijderskant in te slaan met mijn handboeien. Balen. Het glas is te sterk. Maar alles kan kapot. Schoenmaat 45 blijkt te veel voor de ruit. In duizenden stukjes spat het uiteen. Ik wurm mijzelf de auto in en draai de sleutel uit het contact.

Zelfs nu weigert de verdachte elke vorm van medewerking. Maar ik geef niet op. Na enige tijd lukt het toch de dief uit de auto te krijgen. Ik breng hem naar het politiebureau. Daar aangekomen blijkt de dief geen rijbewijs te hebben. Hij mag zich later verantwoorden bij de rechter voor diefstal van een auto en artikel 5 van de Wegenverkeerswet. En hij krijgt de nodige bekeuringen. Gewoon een rijles boeken was beduidend goedkoper geweest.’