Luister… dit mag je eigenlijk niemand vertellen maar de afgelopen week ben ik, met Bikkie aan de lijn, weer eens goed door het dorp gelopen. Gewoon. Zoals vroeger.
Het was een heerlijke maandagmiddag. Langstraat in, wat overzichtelijker dan een paar maanden geleden, en via het Plein met de Pomp (Teun Pomp, ja, ja…. m’n vader kent u ’m nog..) door de mij geliefde Berkheistraat gelopen langs de muren, die betere tijden hebben gekend. De Van Zuylen overstekend door het Rooie Fort en lopend door de ‘nieuwe’ Rozensteinstraat waar het ‘hart’ van de buurt ooit weer moet gaan kloppen en uitkomend op de Oostdorperweg.

Even uitblazen op het bankje naast ‘de Sjouwer’ aan de Haven en vervolgens langs het Tranendaal over de Brug der Zuchten, linksaf de Corn. de Wittstraat in (ik meen soms nog de geur van noodslacht te ruiken, gemengd met ambtenarenzweet) en zo door naar het Anth. Duckplein, waar ze ieder jaar een barbecue organiseren waar half Wassenaar jaloers op is, om weer via de Lange Kerkdam, waar ik de kenmerkende panden op de hoeken nog steeds als een gemis ervaar, terug te zijn in de Langstraat.
En dat roept herinneringen op aan vervlogen tijden en dan denk ik weleens, soms met tranen in m’n ogen – want dat krijg je als je wat ouder wordt – aan het o zo mooie liedje: Ik weet nog hoe ’t was… Ik doe net alsof ik zing maar kom niet verder dan wat gemompel. Bikkie kijkt schuin omhoog en jankt zachtjes mee. Of ze heeft dorst. Dat kan ook.
Maar nee, beste lezers, dorst kan het niet zijn. Kaatje geeft me tegenwoordig twee lekvrije, dubbelwandige bekers mee: één met koffie en één met water (ik vergis me nog wel eens), zodat wij beiden ruim voorzien zijn van een natje om hier en daar, als het uitkomt, het nodige aan te horen.
En dát is veel. Want over een paar dagen zijn er… ja ja… de gemeenteraadsverkiezingen van 2026. En het dorp gonst.
Op 18 maart kiezen we een nieuwe raad. Negen partijen. Negen! Alsof het een talentenjacht is en iedereen denkt dat hij of zij de gouden microfoon verdient. Ieder zegt: “Wij weten wat goed is voor het dorp.” Maar ik zeg dan: wie weet wat goed is voor jouw straat?
Ik vraag me wel eens af hoe het kan, dat in ons mooie Wassenaar al jaren dezelfde club bovenaan staat. Zou het dan toch waar zijn dat men op een bekende persoon stemt en niet op het partijprogram? Of door de hoeveelheid personen die op de lijst staan, dat is ook vorm van intimidatie!
Ik heb al die folders eens netjes naast elkaar gelegd op de keukentafel. Kaatje keek me aan alsof ik de belastingaangifte ging doen.
De VVD zegt: veilig en leefbaar, groen en verzorgd, geen hogere OZB, bouwen passend bij het dorpskarakter. Dat klinkt degelijk. En ze zitten al jaren stevig aan het stuur. Maar wie lang stuurt, raakt soms gewend aan dezelfde route. En dan zie je niet altijd meer waar het trottoir scheef ligt.
D66 zegt: het kan wel. Duizend woningen, een burgerberaad voor klimaat, gezond leven, sterke buurten. Mooie plannen, veel ambitie. Maar ik hoor bij de bakker vooral mensen die zeggen: “Begin nou eerst eens met dat zebrapad dat niet veilig is.”
GroenLinks/PvdA wil versnellen met bouwen, wijken van het gas af, regenwater opvangen en een inclusief dorp. Zorgzaam, sociaal. Maar bij versnellen hoort ook sturen. En sturen zonder draagvlak, daar krijg je scheve gezichten van.
Het CDA heeft het over gemeenschap, waarden, rust in de raad, cameratoezicht en financieel verantwoord beleid. Schouders eronder. Klinkt als koffie met een koekje erbij. Degelijk. Maar soms wil een dorp niet alleen rust — soms wil het ook dat er eindelijk eens dóórgepakt wordt.
Lokaal Wassenaar zegt: wij zijn onafhankelijk, wij luisteren echt, wij kiezen per onderwerp wat werkt. Dat is netjes. Maar als iedereen zegt dat hij het beste voor heeft met Wassenaar, dan zit het verschil niet in wat je wilt — maar in wat je durft.
Democratische Liberalen Wassenaar — DLW — hamert op financiële discipline, tegen 30 km waar het niet past, geen overschrijdingen zonder toestemming. Ze waren vaak de enige die tegen stemden. Dat is moedig. Maar alleen roepen dat je tegen bent, maakt nog geen dorp mooier.
Volt kijkt Europees en wil innovatief, groen en jong. Toekomstgericht ondernemen. Dat klinkt fris. Maar Wassenaar is geen proeflokaal voor ideeën uit Brussel. Hier gaat het om de stoep voor je huis.
Forum voor Democratie (FvD) schittert door afwezigheid. Geen flyer, zelfs geen verdwaalde folder die door het dorp waait. Forum houdt het bij stilte. Dat kan een strategie zijn. Of een statement.
En dan… ja dan kom ik bij Hart voor Wassenaar.
Geen landelijke lijnen. Geen Haagse schaduwen. Geen prestigeprojecten om indruk te maken op wie dan ook. Gewoon: een zelfstandig en zelfbewust Wassenaar.
Wat zeggen zij?
– Goed bestuur. Geen arrogantie.
– Voorzichtig investeren. Geen geld over de balk.
– Stop verloedering. Wassenaar weer mooier maken.
– Bescherming van villawijken. Rust is ook leefkwaliteit.
– Echt werk maken van sluipverkeer.
– Meer handhaving, meer veiligheid.
– Levensloopbestendige woningen in de wijk, zodat je oud kunt worden zonder je dorp te verlaten.
– Geen uitbreiding van toerisme en recreatie als dat overlast geeft.
– Realistische energietransitie.
– Behoud van Duindigt.
– En ja, ook duidelijke keuzes rond het AZC: van 930 naar 160, zoals de spreidingswet bedoelt.
Dat is geen geschreeuw. Dat is koers.
En weet u wat het verschil is? Niet wat ze beloven. Maar dat ze zeggen: beslissingen over Wassenaar horen bij Wassenaarders.
Mijn eigen stemwijzer is simpel:
Wil je een partij die naar Den Haag kijkt?
Of een partij die kijkt naar de Berkheistraat, de Rozensteinstraat, het Anth. Duckplein of jouw eigen voordeur?
Wil je plannen die schitteren in folders?
Of een dorp dat zichtbaar wordt opgeknapt?
Wil je bestuurders die uitleggen wat ze doen en zich laten controleren of kies je voor een dorp waar we elkaar nog aankijken en aanspreken?
Kijk, Wassenaar houdt niet van revolutie. Hier houden we van heggen die netjes geknipt zijn en klinkers die recht liggen. Maar ondertussen moppert iedereen over verkeer, bouwen, kosten en veiligheid.
Mopperen is hier een volksport. Veranderen is spannender.
En als ik dan met Bikkie door de Langstraat loop en ik hoor mensen praten over parkeerdruk, over hun kinderen die hier willen blijven wonen, over ouderen die zelfstandig willen blijven leven, dan denk ik:
Je hebt geen partij nodig die het mooist praat.
Je hebt een partij nodig die het meest begrijpt.
En ja, ik zeg het gewoon: ik geloof dat dat hart klopt bij Hart voor Wassenaar.
Op 18 maart 2026 hoef je niet te twijfelen.
Je hoeft geen ingewikkelde stemwijzer in te vullen.
Je hoeft alleen maar te bedenken waar je woont.
En of je wilt blaffen. Of bijten.
Bikkie keek me vanmorgen aan alsof hij wilde zeggen:
“Blaffen is makkelijk baas…maar bijten, dat doen ze hier zelden.”
En daar zit misschien het hele geheim.
Mopperen is gratis.
Maar stemmen doe je met je hart.
Sam Babbel










