De gemeente Wassenaar ligt onder vuur wegens mogelijke misleiding rond haar woonwagenbeleid. Bewoners stellen dat het college structureel een onjuist en onvolledig beeld geeft van wachttijden en woonbehoefte. Nu correctie uitblijft, bereiden betrokkenen een gang naar de rechter voor.
Aanleiding zijn recente antwoorden van het college op vragen uit de gemeenteraad. Daarin stelt de gemeente dat wachttijden voor een woonwagenstandplaats niet oplopen tot meer dan 22 jaar. Volgens bewoners is dat aantoonbaar onjuist en daarmee misleidend.
Uit historische registraties en correspondentie blijkt dat mensen al sinds begin jaren 2000 wachten op een standplaats. In de praktijk betekent dit wachttijden van ruim boven de twintig jaar. Het niet meenemen van deze gegevens wekt volgens betrokkenen een vertekend beeld van de werkelijkheid.
Juridisch raakt dit aan het motiveringsbeginsel (artikel 3:46 Awb) en het beginsel van fair play. Overheden zijn verplicht om juiste en volledige informatie te verstrekken, zeker richting gemeenteraad en betrokken burgers. Wanneer essentiële feiten ontbreken of anders worden gepresenteerd, kan sprake zijn van misleidende informatievoorziening.
Van ontkennen naar nieuw systeem zonder verantwoording
De gemeente stelde eerder dat geen lokaal register werd bijgehouden en verwees naar regionale systemen. Inmiddels werkt zij met een nieuw inschrijfsysteem met puntentoekenning. Hoe historische wachttijden daarin zijn verwerkt, blijft onduidelijk.
Volgens critici versterkt dit het beeld van misleiding. “Eerst bestaat er volgens de gemeente geen register, en vervolgens wordt er een nieuw systeem geïntroduceerd zonder uitleg wat er met bestaande rechten is gebeurd,” aldus een betrokkene.
Ondeugdelijke inventarisatie gepresenteerd als beleidsbasis
De inventarisatie van de woonbehoefte uit 2020 vormt de basis voor het huidige beleid. De gemeente erkent echter zelf dat niet alle belanghebbenden zijn bereikt en dat sommigen het enquêteformulier nooit hebben ontvangen.
Desondanks wordt deze inventarisatie gepresenteerd als representatief. Volgens bewoners is dat misleidend. Een onderzoek waarvan vaststaat dat het onvolledig is, kan juridisch niet dienen als grondslag voor beleid (artikel 3:2 Awb).
Het standpunt van de gemeente dat een inschrijfsysteem kan gelden als “actuele inventarisatie” wordt door juristen verworpen. “Dat is geen nuanceverschil, maar een fundamenteel verkeerde voorstelling van zaken.”
Schaarse rechten verdeeld zonder volledige transparantie
Het huidige toewijzingssysteem werkt met punten, maar ook met sterk variërende startpunten. Zonder volledige openheid over de criteria is controle op eerlijke verdeling niet mogelijk.
Volgens vaste rechtspraak moeten schaarse rechten juist transparant en objectief worden verdeeld. Het ontbreken daarvan voedt het vermoeden dat het systeem niet alleen onduidelijk, maar mogelijk ook sturend wordt ingezet.
Discriminatie vastgesteld, maar geen koerswijziging
De ernst van de situatie wordt onderstreept door een recente beoordeling van het College voor de Rechten van de Mens, waarin op meerdere punten sprake is van discriminatie.
Ondanks deze constatering blijft het beleid ongewijzigd. Daarmee rijst de vraag of de gemeente haar verplichtingen onder artikel 1 van de Grondwet en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens voldoende naleeft.
Beleid dat zichzelf bevestigt
Uit eerdere stukken blijkt dat de gemeente jarenlang heeft ingezet op het beperken van woonwagenstandplaatsen. Tegelijkertijd wordt nu gesteld dat uitbreiding afhankelijk is van behoefte.
Volgens bewoners is dit een vorm van sturing op uitkomst. “Als je jarenlang aanbod beperkt en vervolgens zegt dat de behoefte laag is, presenteer je een zelf gecreëerde werkelijkheid als feit.”
Rechter moet einde maken aan discussie
Bewoners concluderen dat sprake is van een patroon van onjuiste, onvolledige en daarmee misleidende informatievoorziening, waarop beleid wordt gebaseerd.
Zij eisen een nieuwe, onafhankelijke inventarisatie en volledige transparantie over wachttijden en toewijzing. Omdat de gemeente hier volgens hen niet toe bereid is, wordt een procedure bij de bestuursrechter voorbereid.
Die zal moeten beoordelen of het beleid en de onderliggende informatievoorziening voldoen aan de eisen van zorgvuldigheid, eerlijkheid en gelijke behandeling.
“Dit is geen verschil van inzicht meer,” aldus een betrokkene. “Dit is een kwestie van juiste informatie versus een bestuurlijk verhaal dat niet klopt.”
De uitkomst van de zaak kan grote gevolgen hebben, niet alleen voor Wassenaar, maar ook voor andere gemeenten.
Voor de bewoners is het duidelijk: zonder rechterlijke tussenkomst blijft een onjuiste voorstelling van zaken leidend voor beleid.
Bewonersgroep/verweerders Lagerweide









