Wie de Galerie in de Molen binnenstapt voor de vijftiende Wassenaarse Salon, krijgt meteen te maken met een probleem: waar moet je beginnen? Aan de wanden, op sokkels en zelfs buiten rond de molen is werk te vinden van maar liefst 31 kunstenaars. Schilderkunst, fotografie, textiel, ruimtelijk werk en mengvormen staan zonder veel omhaal naast elkaar. Voorzitter Otto Altmann vond voor de opening een passende gids: John Cleese.
Niet omdat de Britse komiek zich plotseling als kunstcriticus heeft ontpopt, maar vanwege een voordracht die Cleese ooit hield over creativiteit. Altmann gebruikte diens gedachten als rode draad in zijn openingswoord en raakte daarmee precies aan wat in deze Salon zichtbaar wordt: kunst ontstaat zelden volgens een keurige rechte lijn.
“Creativity is not a talent. It is a way of operating”, citeerde Altmann. Creativiteit is volgens die gedachte niet iets wat je eenvoudigweg bezit, maar vooral iets wat je dóét.
Van ‘closed mode’ naar ‘open mode’
Cleese maakt onderscheid tussen een ‘closed mode’ en een ‘open mode’. De gesloten stand is volgens Altmann maar al te bekend bij de organisatie van een expositie. Schilderijen moeten worden opgehangen, sokkels op hun plek gezet, verlichting afgesteld, naamkaartjes gecontroleerd en de galerie moet op tijd gereed zijn.
“Dat is de closed mode. Zeer nuttig,” aldus Altmann, die meteen de vrijwilligers bedankte die achter de schermen al dat werk verzetten. Want voordat een bezoeker rustig door de galerie wandelt, zijn er vele uren werk aan voorafgegaan.

Maar kunst zelf ontstaat volgens Cleese juist in die andere stand: de ‘open mode’. Daarin mag worden gespeeld, gecombineerd en uitgeprobeerd. Ook met ideeën waarvan een verstandig mens misschien zou zeggen: “Ik weet niet of dat wel zo’n goed idee is.” Waarop een kunstenaar juist kan denken: “Interessant. Laten we het eens proberen.”
Volgens Altmann vraagt creativiteit vooral om ruimte, vertrouwen, humor en bovenal tijd. “Je begint aan een werk, je kijkt ernaar. Je verandert iets. Je kijkt opnieuw. Je voegt iets toe, haalt het weer weg, loopt een rondje, drinkt koffie en kijkt opnieuw. Drie dagen later ontdek je misschien dat de eerste versie toch beter was.”
Besluiteloosheid? Misschien. Maar net zo goed het creatieve proces.
Vlinders als vrijheid
Dat zoeken, proberen en combineren is terug te zien in het werk van Ria Sprenger. Haar twee opvallende vlinders zijn vervaardigd in gemengde techniek op canvas. Van enige afstand lijkt de ondergrond bijna op steen, maar schijn bedriegt.
Voor Sprenger staat de vlinder onder meer voor vrijheid. Daarbij hoort voor haar ook nadrukkelijk de rups. “Zonder rups geen vlinder.” De verschillende levensfasen horen bij elkaar. De vlinders zijn afzonderlijk uitgesneden, beschilderd en vervolgens in het werk verwerkt. Ook vezelachtig materiaal van een tropische boom kreeg een plaats in de compositie. Juist het combineren van materialen zorgt ervoor dat het werk zich niet onmiddellijk laat doorgronden.
Fotografie, schilderen en poëzie
Ook Rienk Meijerink beweegt zich graag tussen disciplines. In de Salon toont hij drie werken die ieder een eigen titel hebben, maar toch met elkaar samenhangen. Fotografie, schilderkunst en materie vloeien bij hem in elkaar over.
“Door die overlappingen probeer ik gelaagdheid en diepte te creëren,” legt hij uit. Het ene werk roept een onderwaterwereld op, in een ander komen herinneringen, gebeurtenissen en verbindingen samen. Een derde verbeeldt volgens hem de botsingen én openingen die zich in het leven voordoen.
Zijn werk begint niet noodzakelijk met een foto. “In mijn hoofd zit eerst een bepaalde verbeelding, een idee.” Foto’s kunnen vervolgens onderdeel worden van het proces, net als poëzie. Meijerink schrijft ook gedichten en draagt die regelmatig voor. Daarmee is hij een voorbeeld van een kunstenaar die zich niet makkelijk in één vakje laat plaatsen.
Dans vertaald naar textiel

Bij Celine Michel is beweging een belangrijk uitgangspunt. Sinds zij een academie in Haarlem volgt, heeft zij dansende mensen tot onderwerp gekozen. Daarvoor maakte zij jarenlang geweven portretten, onder meer van Afrikaanse vrouwen.
Nu onderzoekt zij hoe dans, figuratie en textiel elkaar kunnen versterken. Van een van haar dansparen maakte ze niet alleen een vlak werk, maar ook een driedimensionale versie. Daarbij kreeg de vrouwelijke figuur vlechten en werd de man voorzien van een vilten hoed.
Dat bleek technisch nog een heel proces. De wol was aanvankelijk te zwaar en compact. Door deze te kaarden kreeg het materiaal meer volume en minder gewicht. Zo ontstond gaandeweg niet alleen een beeld, maar ook een constructieve oplossing om het werk goed te kunnen presenteren.
Een persoonlijke doorbraak
Voor Janice Boekholt heeft haar schilderij Doorbraak nog een extra betekenis. Over haar werk en dat van haar overleden partner Max is eerder op Wassenaarders.nl geschreven. Zijn overlijden, inmiddels al weer een aantal jaren geleden, heeft haar diep geraakt.

Het schilderen kwam daardoor lange tijd stil te liggen. Nu heeft zij de draad weer opgepakt. “Ik ga de laatste tijd veel naar zee en ben met luchten bezig,” vertelt ze. Doorbraak verwijst daardoor niet alleen naar een landschap of licht aan de horizon, maar ook naar haar eigen terugkeer naar het schilderen. Kunst als concentratiepunt en als mogelijkheid om zorgen tijdelijk naar de achtergrond te laten verdwijnen.
Twee werken, twee rode stippen
Bij Ton Gelauff had de Salon al vóór de officiële opening een tastbaar resultaat: zijn twee geëxposeerde werken waren verkocht.
Gelauff noemt zichzelf niet graag in één adem met één discipline. Hij begon als pottenbakker, werd handdraaier, werkte onder meer bij Zaalberg, studeerde aan de Vrije Academie en vervolgens aan de Koninklijke Academie en studeerde af in industriële vormgeving.
Zijn uitgangspunt is vaak heel eenvoudig: een lijn. Die kan recht of gebogen zijn. Van daaruit ontstaat een schets en vervolgens mogelijk een schilderij, meubel, sculptuur of ander ruimtelijk werk. Een van zijn werken toont een mensfiguur die als het ware tegen de muur is gelopen, met twee rode druppels als vervreemdend detail. Humor en ernst liggen bij hem dicht bij elkaar.

Kunst buiten de muren
Ook buiten de galerie bleek iets te ontdekken. Een kunstenares had werken in een boom geplaatst en vertelde over haar wens om in Wassenaar een echte kunstwandeling te organiseren: een route door een tuin, landgoed of ander buitengebied waar bezoekers van kunstwerk naar kunstwerk lopen. Het idee vraagt om een geschikte plek en kunstenaars met werk dat buiten kan worden opgesteld, maar juist zo’n initiatief zou volgens haar veel publiek kunnen trekken.
Wie het buitenwerk bij binnenkomst niet had gezien, kreeg meteen een praktische les in wat Otto Altmann eerder had gezegd: kijk eens langer. Loop nog eens terug. Ontdek wat je de eerste keer voorbij bent gelopen.
En oordeel niet te snel.
“Misschien is dat wel de essentie van creativiteit,” besloot Altmann. “Neem de tijd, durf te kijken naar iets waarvan je nog niet weet wat je ervan vindt.”
Daarmee verklaarde hij de vijftiende Salon geopend, met voor de kunstenaars nog één wens: veel verwondering, bewondering, goede gesprekken – en vooral veel rode stippen.
De 15e Wassenaarse Salon is tot en met 11 oktober 2026 te zien in Galerie in de Molen, Molenplein 10 in Wassenaar. De galerie is vrijdag tot en met zondag geopend van 14.00 tot 17.00 uur. In een volgend artikel besteden we aandacht aan enkele van de andere deelnemende kunstenaars.









