In juli bleef de koopovereenkomst rond Renbaan Duindigt overeind. Twee maanden later oordeelde een andere rechter dat ook het voorkeursrecht van de gemeente Wassenaar overeind blijft. Hoe kan dat allebei waar zijn? Het antwoord is eenvoudiger dan het lijkt: de rechters moesten verschillende vragen beantwoorden.
Wie alleen de uitslagen leest, zou makkelijk kunnen denken dat er iets niet klopt.
Op 22 juli kreeg de gemeente Wassenaar bij de civiele rechter geen gelijk. De gemeente wilde onder meer de koopovereenkomst rond Duindigt nietig laten verklaren. Volgens de gemeente waren de afspraken zo opgezet dat ze het gemeentelijke voorkeursrecht zouden omzeilen.
De rechtbank ging daar niet in mee. De afspraken hadden volgens de rechter niet de vereiste strekking om het voorkeursrecht te omzeilen. De koopovereenkomst werd daarom niet nietig verklaard.
Belangrijk detail: de rechtbank stelde daarbij niet vast dat al in 2023 definitief een rechtsgeldige koopovereenkomst was gesloten. Partijen verschilden daarover van mening en de rechter liet die vraag bewust in het midden.En toen kwam september
Op 22 september lag een andere vraag bij de bestuursrechter.
De gemeente had een voorkeursrecht op de gronden van Duindigt gevestigd. Zo’n voorkeursrecht betekent simpel gezegd dat de eigenaar de grond bij een voorgenomen verkoop eerst aan de gemeente moet aanbieden.
De Stichting Beheer Renbaan Duindigt verzette zich daartegen en wilde ook ontheffing van die aanbiedingsplicht. De bestuursrechter gaf de stichting geen gelijk. De gemeente mocht het voorkeursrecht vestigen en de aanbiedingsplicht bleef gelden.Dus wie kreeg er gelijk?
Eigenlijk gaat die vraag hier mis.
De civiele rechter zei in juli niet: de grond mag gewoon aan de koper worden geleverd.
En de bestuursrechter zei in september niet: de koopovereenkomst bestaat niet.
Een koopovereenkomst en de uiteindelijke levering van grond zijn juridisch twee verschillende dingen. Er kan dus een koopovereenkomst bestaan, terwijl een voorkeursrecht er tegelijkertijd voor zorgt dat de eigenaar niet zomaar tot levering aan die koper kan overgaan.
Daarom kunnen beide uitspraken prima naast elkaar bestaan.
Kort samengevat: in juli mislukte de poging van de gemeente om de private afspraken rond de verkoop door de rechter te laten uitschakelen. In september bleef juist het publiekrechtelijke instrument van de gemeente, het voorkeursrecht, overeind.
Dat klinkt als een tegenstelling, maar juridisch zijn het twee verschillende puzzelstukken van hetzelfde ingewikkelde Duindigt-dossier.
Bronnen:
- Rechtbank Den Haag, 22 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:19667
- Rechtbank Den Haag, 22 september 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:27066







