Niets blijft, niets is af en niets is perfect. Met deze gedachte uit de Japanse levensfilosofie Wabi Sabi presenteert de Voorschotense Kunstkring (VKK) een bijzondere tentoonstelling in Galerie in de Molen van Kunstgroep Wassenaar. Zestien kunstenaars gingen de uitdaging aan om de schoonheid van imperfectie zichtbaar te maken. Tijdens de feestelijke opening op zondag 18 oktober kreeg de bijeenkomst bovendien een bijzonder vervolg: voorzitter Bert Westra werd verrast met de Harm Kamerlingh Onnes-penning, als blijk van waardering voor zijn inzet voor de kunstkring.
De schoonheid van wat niet volmaakt is
We leven in een wereld waarin perfectie vaak als ideaal wordt beschouwd. Alles moet mooier, beter en foutloos zijn. Maar wat gebeurt er wanneer we juist de onvolkomenheden gaan waarderen?
De Japanse filosofie Wabi Sabi nodigt uit om anders te kijken. Naar de sporen van de tijd, de schoonheid van vergankelijkheid, de kwetsbaarheid van materialen en de onverwachte charme van het onvolmaakte.
Het is een gedachte die bijzonder goed past bij de kunstenaars van de Voorschotense Kunstkring. Zij werden uitgedaagd niet alleen hun vakmanschap te tonen, maar ook iets van hun eigen kwetsbaarheid prijs te geven.
Voorzitter Bert Westra verwoordde het tijdens de opening treffend. Welke kunstenaar beweert nu graag dat zijn werk niet perfect is? Toch schuilt daarin juist de uitdaging. Bezoekers worden uitgenodigd om met de makers in gesprek te gaan en zelf te ontdekken of een vermeende onvolkomenheid een kunstwerk misschien juist meer zeggingskracht geeft.
Zestien kunstenaars, zestien persoonlijke interpretaties
De tentoonstelling laat zien hoe veelzijdig één filosofisch uitgangspunt kan worden vertaald.
De deelnemende kunstenaars zijn Barbara Gelcich, Ben Jansen, Céline Michel, Cobi de Jong, Cobi Nieuwstad, Cornelis Morales, Fanny Mazure, Karen de Groot, Lucy de Kruijf, Lysette van Roemburg, Maria Starke-Milko, Marja Verschoor, Nikki Laycock, Patty van Hoften, Renée van Rongen en Tilla Visser.
Schilderkunst, fotografie, grafiek, keramiek, beeldhouwwerk en gemengde technieken ontmoeten elkaar in een expositie waarin niet het volmaakte eindresultaat, maar het verhaal achter het kunstwerk centraal staat.
Opvallend is hoe verschillend de kunstenaars omgaan met slijtage, verval, herinneringen en persoonlijke ervaringen.
Fanny Mazure: Japan als blijvende inspiratie
Een van de kunstenaars die een bijzondere verbondenheid heeft met Japan is Fanny Mazure. Zij bezocht het land maar liefst zesmaal, onder andere tijdens een reis rond de architectuur van Tadao Ando.

De Japanse levenshouding heeft haar diep geraakt. De soberheid van zentuinen, het respect voor de natuur en de stilte vormen inspiratiebronnen voor haar schilderkunst.
In haar werk zoekt zij naar het contrast tussen nieuwe materialen en oude, verweerde elementen. Geroeste metaalfragmenten worden opgenomen in schilderijen en krijgen daardoor een nieuwe betekenis.
Tijdens een gesprek bij de opening vertelt Fanny dat zij al ruim vijftig jaar bij de Voorschotense Kunstkring betrokken is. Ze heeft dertig jaar in Voorschoten gewoond en voelt zich, ondanks haar huidige woonplaats elders, nog altijd sterk met het dorp verbonden.
Daarmee vertegenwoordigt zij een belangrijk deel van de geschiedenis van de kunstkring, die in 1967 werd opgericht.
Lysette van Roemburg: wat als ik faal?
Een opvallend werk is dat van Lysette van Roemburg, met de uitdagende tekst What if I fail, what if…
Het roept een vraag op die iedere kunstenaar zal herkennen: wanneer is een kunstwerk goed genoeg?

Lysette beschrijft in het programmaboekje hoe zij bij ieder nieuw werk probeert beter te worden. Tegelijkertijd realiseert zij zich dat imperfecties niet uitsluitend fouten zijn, maar ook de persoonlijkheid van de maker zichtbaar maken.
De beweging van de hand, de eigenschappen van materialen en de sporen van het maakproces vormen samen het kunstwerk.
Haar bijdrage is daarmee niet alleen een artistieke uitspraak, maar ook een uitnodiging aan de bezoeker om minder streng te oordelen. Misschien is falen wel een noodzakelijke voorwaarde om iets nieuws te ontdekken.
Lucy de Kruijf: veelzijdigheid als kracht
Lucy de Kruijf toont hoe verschillende disciplines elkaar kunnen versterken. Zij houdt zich bezig met schilderkunst en keramiek, waarbij haar driedimensionale werk een geheel eigen karakter heeft.
Tijdens een kort gesprek vertelt zij hoe zij ooit na een expositie werd uitgenodigd om lid te worden van de Voorschotense Kunstkring. Vrijwel onmiddellijk kwam daar de vraag bij of zij ook de inrichtingscommissie wilde versterken.
Dat typeert de betrokkenheid van de kunstenaars bij hun vereniging. Naast het creëren van kunst dragen zij ook bij aan het organiseren en presenteren van tentoonstellingen.
Lucy spreekt bovendien over de persoonlijke band die kunstenaars met hun werk kunnen ontwikkelen. Niet ieder kunstwerk hoeft verkocht te worden. Soms is de emotionele waarde zo groot dat een maker het liever zelf houdt of het aan iemand schenkt met wie een bijzondere band bestaat.
Ook dat is een vorm van schoonheid die niet in geld kan worden uitgedrukt.
Verval als bron van nieuwe schoonheid

Ook andere deelnemers geven verrassende interpretaties aan het thema.
Cobi Nieuwstad vertelt hoe zij zeven schilderijen, die samen een serie vormden, ooit opnieuw onder handen nam. Met zwarte verf dekte zij grote delen van de doeken af. Wat overbleef, kreeg onverwacht veel meer kracht. De verandering bleek zo geslaagd dat inmiddels vijf van de zeven werken werden verkocht.
Ben Jansen zoekt schoonheid in roestig ijzer en afgedankte metalen voorwerpen. Oude scheepsonderdelen, slijtage en beschadigingen krijgen in zijn beelden een nieuw bestaan.
Cobi de Jong fotografeert verweerde oppervlakken. Roest, afgebladderde verf en kleurvlakken worden door haar camera abstracte composities die uitnodigen tot langer kijken.
Renée van Rongen vindt inspiratie in verlaten schuren, wrakhout en menselijke sporen in het landschap. Met aquarelverf en verschillende experimentele technieken maakt zij de vergankelijkheid zichtbaar.
Maria Starke-Milko laat zich eveneens inspireren door doorleefde materialen, terwijl Barbara Gelcich in de natuurlijke levenscyclus juist de kwetsbaarheid en schoonheid van de laatste levensfasen ontdekt.
Nikki Laycock onderzoekt beschadigde voorwerpen en combineert onder andere fotografie en schilderkunst. Céline Michel brengt haar herinneringen aan haar jeugd in Burkina Faso tot leven, met kleurrijke beelden waarin persoonlijke ervaringen een belangrijke rol spelen.
Marja Verschoor laat in haar poëtische bijdrage kwetsbare bouwsels van hout en steen spreken. Cornelis Morales legt een vergankelijk moment vast in een gravure. Patty van Hoften onderzoekt met haar schilderijen de leegte en het langzaam verdwijnen van zichtbare schoonheid. Karen de Groot laat de sporen van verval deel uitmaken van het verhaal van een oud boeket.
Zo krijgt het begrip Wabi Sabi in de molen vele gezichten.
Een vereniging met een rijke geschiedenis
De Voorschotense Kunstkring werd opgericht in 1967 en telt tegenwoordig ruim veertig leden. De vereniging heeft een lange geschiedenis van tentoonstellingen, ontmoetingen en culturele activiteiten.
Tijdens de opening werd ook teruggekeken op de jaren waarin de kunstkring grote bekendheid genoot. Tentoonstellingen in onder andere het A&B-huis en het Cultureel Centrum trokken veel bezoekers. Zelfs buiten Voorschoten, waaronder in Maassluis, kasteel Dussen en België, werd geëxposeerd.
Maar tijden veranderen. De coronaperiode betekende voor de vereniging een moeilijke fase. Oudere leden vielen weg, nieuwe aanmeldingen bleven uit en ook de eigen expositieruimte ging verloren.
Voorzitter Bert Westra herinnerde aan die kwetsbare periode en benadrukte hoe belangrijk nieuwe leden zijn voor de toekomst.
De samenwerking met Museum Voorschoten en Kunstgroep Wassenaar is daarbij van grote betekenis. Dankzij deze gastvrijheid kan de vereniging opnieuw regelmatig exposeren.
Bijzondere onderscheiding voor Bert Westra
De opening kreeg een feestelijk en persoonlijk hoogtepunt toen Ben Jansen het woord nam om Bert Westra in het zonnetje te zetten.
Hij overhandigde hem de Harm Kamerlingh Onnes-penning, als erkenning voor zijn grote betrokkenheid bij de Voorschotense Kunstkring.

Uit de voordracht bleek hoeveel waardering bestaat voor de wijze waarop Westra zich heeft ingezet voor het voortbestaan en de zichtbaarheid van de vereniging.
Juist in een periode waarin de kunstkring moeilijke jaren doormaakte, bleek zijn inzet van grote betekenis.
Een bijzonder passend moment tijdens een expositie die draait om vergankelijkheid, verandering en de schoonheid van wat kwetsbaar is.
Kunst vraagt om aandacht
Het programmaboekje bevat niet alleen de persoonlijke toelichtingen van veertien deelnemers, maar ook een pleidooi om kunst te kopen.
Kunst heeft immers een lange levensduur. Een schilderij of beeld kan tientallen jaren plezier geven en zelfs doorgegeven worden aan volgende generaties.
Maar misschien ligt de belangrijkste waarde van deze expositie nog ergens anders.
Wabi Sabi vraagt de bezoeker om te vertragen. Om niet vluchtig langs de werken te lopen, maar even stil te staan. Om een schilderij niet alleen te bekijken, maar ook te onderzoeken wat de maker ermee wilde vertellen.
De tentoonstelling laat zien dat schoonheid niet altijd gezocht hoeft te worden in perfectie.
Soms zit zij juist in een barst, een roestplek, een onafgemaakte beweging of een herinnering die langzaam vervaagt.
Niets blijft, niets is af en niets is perfect.
En misschien is dat wel precies wat kunst zo bijzonder maakt.
Expositie Wabi Sabi – Voorschotense Kunstkring
Galerie in de Molen, Molenplein 10, Wassenaar.
Te bezoeken van 16 oktober tot en met 15 november 2026, vrijdag tot en met zondag van 14.00 tot 17.00 uur. De toegang is gratis. Op 1 november verzorgt professor Willem van Gulik een lezing over de esthetiek van Wabi Sabi. Meer informatie: www.voorschotensekunstkring.nl









