“Luister… dit mag je niemand vertellen… Handen af van mijn grijze bak!” Van de week zat ik met Bikkie op een bank vlak bij de brug aan de Schouwweg. Mooi uitzicht op het bloemenstalletje. Het was nog vroeg, dus weinig verkeer en nog geen horde schoolkinderen. Zo’n ochtend waarop Wassenaar eerst even rustig wakker moet worden. Komt er een vuilniswagen voorbij. Bikkie kijkt op. Ik kijk naar die wagen. En ineens dacht ik: jongen, wat hebben wij in Wassenaar toch een hoop meegemaakt met ons vuil.
Vroeger was afval eenvoudig. Je had een vuilnisbak. Daar deed je je rommel in. Eens in de zoveel tijd kwam er een wagen, een paar sterke kerels kieperden de boel erin en weg was het.
Klaar.
Maar dat kan tegenwoordig natuurlijk niet meer. Nee, tegenwoordig hebben we afvalbeleid. En als er één onderwerp is waarmee Wassenaar inmiddels ervaring heeft, dan is het dat wel.

We hebben gescheiden, vóórgescheiden, nagescheiden, bakken erbij gekregen, bakken weer anders gebruikt, ondergrondse containers gekregen en ondertussen zijn we vooral steeds meer gaan betalen.
En onze grijze bak?
Die werd eens in de twee weken geleegd. Daarna vanaf 2022 weer iedere week, mede omdat het PMD weer bij het restafval mocht. En vanaf 1 januari 2027 gaan we weer terug naar eens in de twee weken.
Ik keek Bikkie aan.
“Kun jij het nog volgen?”
Hij niet.
Ik trouwens ook niet.
Maar het mooiste komt nog.
Want als je vraagt: wie heeft eigenlijk besloten dat die grijze bak vanaf 2027 nog maar eens in de twee weken wordt geleegd?, dan wordt het verhaal ineens een stuk ingewikkelder. Er blijkt namelijk niet één mooi raadsbesluit te bestaan waarop staat: Beste Wassenaarders, wij hebben besloten dat vanaf 1 januari 2027 uw grijze bak nog maar om de week wordt geleegd.
Nee hoor.
Zo gemakkelijk maken we het natuurlijk niet.
De bevoegdheden veranderden, de raad sprak over servicedifferentiatie, het college werkte dat verder uit en uiteindelijk stond daar de tweewekelijkse inzameling.
Kijk, daar hou ik nou van. Je zet straks je bak maar half zo vaak buiten, maar om uit te zoeken wie dat precies heeft besloten heb je ongeveer een halve bestuurskundige opleiding nodig. Bikkie keek me aan. “Precies,” zei ik. “Jij begrijpt het.”
Natuurlijk moeten we afval scheiden. Natuurlijk moet er minder restafval komen. Papier bij papier, glas bij glas, groen bij groen. Daar hoeft niemand mij van te overtuigen.
Maar in de gemeentelijke stukken heet minder vaak ophalen servicedifferentiatie.
Prachtig woord.
Dat klinkt alsof er straks iemand in uniform aan de deur komt vragen welke persoonlijke afvalservice meneer Babbel vandaag wenst. Maar in gewoon Nederlands betekent een belangrijk deel ervan:
de grijze vuilniswagen komt nog maar half zo vaak langs.
Daar staat tegenover dat de dienstverlening voor grondstoffen beter moet worden.
En kijk, daar gebeurde op 22 september iets interessants. Op zich is dat altijd een bijzondere dag, het is mijn geboortedag en dan vindt er altijd wel iets buitengewoons plaats.
De gemeenteraad besloot namelijk dat papier en karton vanaf 2027 niet eens in de vier weken, maar eens in de twee weken moet worden opgehaald.
Dat vind ik dan weer logisch.
Want als je tegen inwoners zegt: “Gooi minder in die grijze bak en ga beter scheiden”, dan moet je er natuurlijk ook voor zorgen dat ze dat gescheiden spul ergens kwijt kunnen. Anders krijg je een heel nieuwe Wassenaarse volkssport:
bakkenmanagement.
Maandag kijken hoe vol de grijze is. Dinsdag controleren of er nog ruimte in de blauwe zit. Woensdag uitrekenen wanneer Avalex komt. Donderdag de buurman vragen of zijn bak nog plek heeft. En vrijdag met een zak afval in de hand de gemeentelijke afvalkalender bestuderen.
Daar komt nog iets bij.
De Wassenaarder betaalt een forse afvalstoffenheffing. Dan mag hij toch vragen wat hij daarvoor terugkrijgt? Als de kosten stijgen en tegelijkertijd de grijze bak minder vaak wordt geleegd, zal menig inwoner denken:
Ho eens even. Ik betaal meer en de wagen komt minder?
Dan moet je heel goed uitleggen waarom.
Minder restafval? Prima.
Beter scheiden? Prima.
Kosten beheersen? Ook prima.
Maar vertel het verhaal dan gewoon zoals het is.
En denk ook aan de praktijk. Mijn bak is misschien niet iedere week vol. Maar die van een gezin met kinderen misschien wel. En iemand die om medische redenen veel afval heeft, kan een heel ander verhaal hebben.
En dan hartje zomer.
Twee weken.
Deksel dicht.
Zonnetje erop.
|Ik vermoed dat zelfs Bikkie dan met een grote boog om die bak heen loopt. En als mensen hun afval niet kwijt kunnen, verdwijnt dat afval natuurlijk niet doordat er een beleidsnota is geschreven. Een vuilniszak leest geen raadsstukken. Die zoekt een uitweg. Naast een ondergrondse container bijvoorbeeld. En dan kunnen we vervolgens weer een nota schrijven over zwerfafval. Zo houden we elkaar natuurlijk wel bezig. Daarom zou ik zeggen: maak afval scheiden gemakkelijk. Zorg dat mensen papier, glas, textiel en groen goed kwijt kunnen. Pak dumpingen aan.
Kijk kritisch naar de kosten. Help mensen die door bijzondere omstandigheden veel restafval hebben.
En vooral:
leg gewoon uit wat je doet en waarom.
Geen bestuurlijk rookgordijn rond een vuilnisbak. Want uiteindelijk wil de gemiddelde Wassenaarder helemaal geen deskundige worden in servicedifferentiatie, DIFTAR, VANG-doelstellingen of inzamelfrequenties. Die wil op woensdagochtend maar één ding weten:
Moet die grijze bak nou buiten of niet?
Bikkie stond inmiddels naast het bankje. “Ja jongen,” zei ik. “We gaan naar huis.” Hij liep een paar meter verder en bleef staan bij een chipszakje dat in de berm lag. “Laat liggen,” zei ik. “Anders krijgen we straks nog tariefdifferentiatie op honden.”
We liepen verder. En ik dacht:
Minder afval? Graag.
Beter scheiden? Zeker.
Kosten omlaag? Heel graag.
Papier vaker ophalen als we beter moeten scheiden? Lijkt mij niet gek.
Maar maak van de Wassenaarder alstublieft geen proefkonijn met een kliko. En misschien moet er op het gemeentehuis gewoon één groot bord aan de muur:
AFVALBELEID – HOUD HET SIMPEL.
Want een vuilnisbak heeft geen politieke kleur.
Hij is groen, blauw of grijs.
En als hij vol is, is hij vol.
“Kom Bikkie.” Ik keek nog één keer achterom naar de vuilniswagen.
“En zet die grijze bak nou maar gewoon buiten.”
Bikkie keek mij aan.
“Wanneer?”
Tja.
Daar hebben we gelukkig een afvalkalender voor.
Sam Babbel








