In aanloop naar het jubileumconcert van het Van Wassenaer Orkest op 15 november stellen we verschillende orkestleden aan u voor. Wie zijn de mensen achter de instrumenten en wat betekent het orkest voor hen? Deze keer: hoboïste Ymeen:
Bij ons thuis werd altijd veel muziek gemaakt. Mijn vader zat regelmatig achter de vleugel en begeleidde mij al bij mijn eerste sonates. Samen met mijn zus en vrienden, die viool en cello speelden, vulden we de huiskamer met trio’s en kwartetten.
Mijn muzikale avontuur begon op de muziekschool met blokfluit en later altblokfluit. Op mijn dertiende koos ik voor de hobo. Wat vond ik dat een prachtig geluid! Zelfs het samen met andere hoboleerlingen maken van onze eigen rieten was een gezellige bezigheid.

Tijdens mijn middelbareschooltijd en studie speelde ik in verschillende orkesten. Ik ontdekte hoe bijzonder het is om met zoveel verschillende mensen samen muziek te maken. Muziek verbindt!
Toen ik een jong gezin had en werkte, verdween de hobo tijdelijk naar de achtergrond. Maar gelukkig kon ik later de draad weer oppakken. Wat is het heerlijk om wekelijks in een orkest te spelen! Even alle dagelijkse beslommeringen vergeten en helemaal opgaan in de muziek.
Een van mijn mooiste herinneringen is ons project Peer Gynt in de Warenar, vorig jaar. We speelden voor basisschoolleerlingen en brachten de muziek tot leven met een spannend verhaal. De kinderen waren razend enthousiast – en wij minstens zo!
Wat het Van Wassenaer Orkest voor mij zo bijzonder maakt? De combinatie van samen muziek maken, muzikale uitdagingen en gezelligheid!
Twee keer per jaar werken we aan een nieuw concertprogramma. Dat vraagt soms flink wat oefening, maar dankzij het eindeloze geduld van onze dirigent lukt het ons telkens weer om er samen iets moois van te maken.
En dát is precies waarom ik zo graag in dit orkest speel!









