Naar aanleiding van het AD-artikel van 29 oktober 2026, ‘Laptoprel houdt Wassenaar al vele maanden in de greep’, wordt voor mij steeds duidelijker waar het in deze kwestie werkelijk om draait. Niet alleen om de vraag wat er tijdens een besloten collegevergadering is gebeurd, maar vooral om de manier waarop met signalen, kritische vragen en bestuurlijke verantwoordelijkheid wordt omgegaan.
Wat mij hierbij vooral tegenstaat, is de indruk dat Ben Paulides inmiddels wordt neergezet als de boeman, terwijl hij juist doet wat je van een raadslid mag verwachten: signaleren, vragen stellen en aandringen op duidelijkheid over een kwestie die de bestuurlijke integriteit en de onderlinge verhoudingen binnen het gemeentebestuur raakt. Hij heeft niet de taak om zelf schuldigen aan te wijzen. Het is zijn taak om vragen te stellen wanneer daar aanleiding toe bestaat en erop toe te zien dat ernstige signalen niet zomaar verdwijnen in de bestuurlijke mist.
Wie een probleem aankaart, is niet automatisch degene die het probleem veroorzaakt. Dat onderscheid lijkt in deze kwestie steeds verder uit beeld te raken.
En Paulides staat bovendien niet alleen. Het AD-artikel noemt ook Henri Hendrickx, Sonja Hibbert en Jeroen Gankema. Ook zij hebben vragen gesteld, signalen gedeeld en gesprekken gevoerd over wat er mogelijk is gebeurd en over de sfeer binnen het voormalige college. Hendrickx verklaart bovendien dat hij het verhaal bij een andere wethouder heeft gecontroleerd. Dat zijn relevante elementen die niet zomaar terzijde mogen worden geschoven. Waarom gaat de aandacht dan zo nadrukkelijk uit naar Paulides, terwijl de betrokkenheid en verklaringen van deze andere raadsleden eveneens serieus genomen moeten worden?
Het is te gemakkelijk om een kwestie te reduceren tot één raadslid dat lastige vragen stelt. Daarmee verschuift de aandacht van de inhoud naar de boodschapper. De fundamentele vraag blijft echter overeind: wat is er gebeurd, welke verklaringen zijn er afgelegd en hoe kan hierover op een zorgvuldige en controleerbare manier duidelijkheid worden verkregen?
Ik spreek mijn afschuw uit over de manier waarop burgemeester Leendert de Lange en wethouder Laurens van Doeveren deze kwestie benaderen, voor zover hun opstelling erop neerkomt dat de zaak zo snel mogelijk moet worden afgesloten zonder dat de bestaande vragen afdoende zijn beantwoord. De ontkenning van een vermeend incident is op zichzelf uiteraard hun goed recht. Niemand mag bij voorbaat schuldig worden verklaard. Maar ontkennen is iets anders dan overtuigend duidelijk maken dat alle relevante signalen zorgvuldig zijn onderzocht.
Een ontkenning is geen onderzoek. En een ongemakkelijke vraag verdwijnt niet doordat je degene die haar stelt in diskrediet probeert te brengen.
Wat mij vooral zorgen baart, is de indruk dat men deze kwestie het liefst in de doofpot zou willen stoppen. Niet door alle vragen overtuigend te beantwoorden, maar door de discussie te willen beëindigen en de aandacht te verleggen. Als dat inderdaad de gekozen koers is, dan getuigt dat niet van bestuurlijke kracht, maar juist van een pijnlijk gebrek aan zelfreflectie en openheid.
Integriteit is geen selectief begrip. Je kunt niet enerzijds verwachten dat inwoners en raadsleden vertrouwen hebben in het gemeentebestuur en anderzijds kritische vragen behandelen als een hinderlijke verstoring van de bestuurlijke rust. Juist wanneer er meerdere signalen zijn en verschillende raadsleden zich genoodzaakt zien om vragen te stellen, mag worden verwacht dat het bestuur bereid is zichzelf kritisch tegen het licht te houden.
Daarbij gaat het niet uitsluitend om de vermeende laptopgooi. Het gaat ook om de bestuurscultuur waarin deze kwestie kon uitgroeien tot een slepend conflict. Het AD verwijst in zijn artikel naar eerdere bestuurlijke problemen in Wassenaar en naar kritiek op het gebrek aan urgentie om de bestuurscultuur daadwerkelijk te veranderen. Dat maakt de huidige situatie extra zorgwekkend. Kennelijk is het niet voldoende om te zeggen dat men vooruit wil; er moet ook aantoonbaar iets veranderen in de manier waarop met kritiek, conflicten en verantwoordelijkheid wordt omgegaan.
Daarom vind ik dat een onafhankelijk en zorgvuldig onderzoek naar de relevante verklaringen en omstandigheden serieus moet worden overwogen, met een duidelijke opdracht, een transparante werkwijze en heldere conclusies. Niet om iemand koste wat kost aan de schandpaal te nagelen, maar om vast te stellen wat wel en niet kan worden onderbouwd. Daarbij moeten alle betrokkenen de gelegenheid krijgen hun verhaal te doen en moet ook rekening worden gehouden met de grenzen van wat achteraf nog objectief kan worden vastgesteld.
Want laten we één ding niet vergeten: als het incident niet heeft plaatsgevonden, moet dat op basis van zorgvuldig onderzoek duidelijk kunnen worden gemaakt. En als er wel iets is gebeurd dat niet door de beugel kan, dan mag dat evenmin onder het tapijt worden geveegd.
De oplossing is dus niet om Paulides tot zondebok te maken, de andere betrokken raadsleden naar de achtergrond te drukken of de kwestie met een bestuurlijke verklaring af te sluiten. De oplossing is openheid, onafhankelijk onderzoek en verantwoordelijkheid nemen.
Vooruitkijken is prima, maar niet voordat je bereid bent verantwoording af te leggen over wat achter je ligt.
Zolang die bereidheid niet overtuigend blijkt, blijft het vertrouwen in het Wassenaarse gemeentebestuur onder druk staan. En dat is uiteindelijk schadelijker voor de gemeente dan welke kritische raadsvraag dan ook.
Martin Rus









