Een verweerde kom, enkele herfstbladeren op een aangeveegd tuinpad of de lege ruimte tussen rotsen: schoonheid kan schuilen in zaken waaraan we gemakkelijk voorbijgaan. Tijdens zijn lezing bij de tentoonstelling ‘Wabi Sabi’ in Galerie in de Molen nam japanoloog prof. dr. Willem van Gulik zijn toehoorders mee in een Japanse manier van kijken. Met persoonlijke herinneringen, poëzie en meegebrachte gebruiksvoorwerpen maakte hij een ogenschijnlijk ingewikkeld onderwerp tastbaar.
Een les in een Japanse rotstuin
De rode draad was een bezoek dat Van Gulik ongeveer vijftig jaar geleden bracht aan de Ryōan-ji-tempel in Kyoto. Daar ligt de beroemde rotstuin: groepen stenen in een zorgvuldig aangeharkte vlakte van licht grind. Een landschap teruggebracht tot enkele wezenlijke elementen.
Om de drukte voor te zijn, kwam hij vroeg. Zittend op de veranda probeerde hij tot rust te komen. Hij begon de rotsen te tellen: veertien. Nog eens tellen leverde hetzelfde resultaat op. Juist toen hij zich concentreerde, klonk boven zijn hoofd een luidspreker met uitleg in verschillende talen.

Verontwaardigd zocht hij iemand om daarover te spreken. De abt die hij ontmoette, reageerde met een raadselachtige terechtwijzing over horen, zien en zwijgen. Het antwoord liet hem aanvankelijk vooral verbouwereerd achter.
Pas later begreep hij de betekenis die deze ontmoeting voor hem had. Hij was zo bezig geweest met tellen en met zijn ergernis over het geluid, dat hij onvoldoende openstond voor de ervaring zelf. Bovendien, zo vertelde hij, bevat de tuin vijftien rotsen, waarvan er vanaf de gebruikelijke gezichtspunten steeds één verborgen blijft. Ook het onzichtbare draagt bij aan het geheel.
Eenvoud en de sporen van de tijd
Van Gulik behandelde wabi en sabi als afzonderlijke, maar nauw verbonden begrippen. Bij wabi gaat het om ingetogenheid, eenvoud en waardering voor het onvolmaakte. Een voorwerp hoeft niet symmetrisch of uitbundig versierd te zijn om schoonheid te bezitten.
Sabi betreft vooral de schoonheid die met de tijd ontstaat: patina, verwering en gebruikssporen. Wat ouder wordt, verliest daarmee niet vanzelf zijn waarde. Juist de zichtbare geschiedenis kan een voorwerp karakter geven.
Daarbij hoort ook een gevoel van vergankelijkheid. Een herfstlandschap kan tegelijk vreugde en weemoed oproepen. We genieten van wat we zien, terwijl we beseffen dat het voorbijgaat. Die combinatie gaf Van Gulik een belangrijke plaats in zijn uitleg.
De wereld in een theekamer
Veel van deze gedachten komen samen in de Japanse theeceremonie. Van Gulik beschreef de kleine, sobere theekamer als een omgeving waarin aandacht centraal staat: voor de gasten, de handelingen, de materialen en het seizoen.
Het hout, de geur van thee, het gedempte licht en een zorgvuldig gekozen bloemschikking dragen allemaal bij aan de ervaring. In de tokonoma, de speciale nis, kan een rolschildering of gedicht de verbinding met het jaargetijde versterken.
Een eenvoudig voorwerp kan daarin volkomen op zijn plaats zijn. Als voorbeeld toonde hij een uit één stuk bamboe vervaardigde theeklopper. Materiaal, vorm en functie sluiten zo op elkaar aan dat verdere toevoegingen overbodig lijken. Het voorwerp is, in zijn woorden, ‘zichzelf genoeg’.
De hand van de maker
Ook de meegebrachte keramische kommen maakten zijn verhaal aanschouwelijk. Van Gulik vertelde over workshops waarin studenten kennismaakten met rakustoken. Vuur, glazuur en rook zorgen daarbij voor verrassende resultaten.
Een onregelmatige rand, een onverwachte kleur of een netwerk van craquelé maakt iedere kom anders. In het oppervlak blijft bovendien de hand van de maker voelbaar.
Maar een kom bestaat niet uitsluitend uit haar wanden. Het is de ruimte daartussen die haar bruikbaar maakt. Daarmee kwam Van Gulik bij een gedachte die door zijn hele lezing liep: wat ontbreekt of leeg blijft, kan even betekenisvol zijn als wat zichtbaar aanwezig is.
Kijken wordt zien
Die kunst van het weglaten herkende hij ook in inktschilderingen, haiku’s en het Japanse nō-theater. Enkele penseelstreken, een kort gedicht of een kleine beweging kunnen een wereld oproepen. De toeschouwer vult die wereld met eigen ervaringen en verbeelding aan.
Zo bood de lezing ook een uitnodiging om opnieuw naar de tentoonstelling te kijken. Naar de onregelmatigheden, de stille details en de ruimte die een kunstenaar openlaat. Van Gulik vatte het samen met een uitspraak die bleef hangen: ‘Kijken is de kunst, maar zien de kunde.’
Fotobijschrift: Prof. dr. Willem van Gulik maakte zijn uitleg over wabi sabi tastbaar met een theekom en een bamboe theeklopper.
Expositie Wabi Sabi – Voorschotense Kunstkring
Galerie in de Molen, Molenplein 10, Wassenaar.
Te bezoeken van 16 oktober tot en met 15 november 2026, vrijdag tot en met zondag van 14.00 tot 17.00 uur. De toegang is gratis.
Door Tom Rietveld









