Ik zat van de week eindelijk weer eens op één van de bankjes die geplaatst zijn in Wassenaar. Ditmaal tegenover de jachthaven langs de Wetering. Een prachtig mooie plek. Er is daar altijd beweging. Booteigenaren, ik ga er van uit, dat ze eigenaar zijn, zijn bezig met het gereedmaken van hun bootje. Voetgangers maken gebruik van de brug over de Kaswetering – de Zijl – maar er zijn ook fietsers ondanks dat het een officieel voetpad is. Maar ja… ik zeg er niks van hoor. Tegenwoordig moet je overal voor uitkijken. Het is bijna hetzelfde als wanneer je door de Langstraat loopt en je moet uitkijken voor een fatbike. Fietsen mag niet… maar fatbiken schijnbaar wel maar je mag er niets van zeggen!
Ik zat nog niet zo heel lang naar de bedrijvigheid op de werf te kijken, toen er iemand naast me op het bankje schoof. Een voor mij zeer bekende verschijning.
Keessie.

Die hoort bij het gemeentelijk meubilair. Als hij iets wil zeggen lijkt het net of hij stottert, maar dat is het niet. Hij neemt gewoon een soort aanloopje. Eerst een paar kleine woordjes… en dan komt de rest er als een stoomboot achteraan. Dat levert vaak hilarische momenten op.
“Sa… sa… sa… Sam…”, begon hij. “Rustig jongen,” zei ik. “Ik zit hier toch.” Hij was een dagje vrij, oudedagsverlof en hij vertelde me dat hij niet zo lang geleden had besloten om zijn leven eens grondig te verbeteren. ‘Influencers zweren er tegenwoordig bij’, zei hij. Hij kon het er in één keer uitkrijgen.
Elke ochtend om 05.00 uur opstaan. Direct in de sportkleding schieten. Een gezonde smoothie drinken – met dingen erin waar je normaal gesproken het konijnenhok mee uitmest – een rondje Oostdorp lopen en vervolgens vóór 08.00 uur douchen en naar het werk.
“Maar,” zegt ie, “na een week zag ik er niet uit.” “Joh,” zei ik, “dat zie je nou nog steeds een beetje.” Hij keek me aan als een gebeten hond. “Je lijkt wel een vent van tachtig.”
Nou ben ik toevallig niet zo gek lang geleden de tachtig gepasseerd en hij zit tegen zijn pensioengerechtigde leeftijd aan. Een verschil van een jaar of vijftien.
“Ik ben er maar mee gestopt,” zei hij. “Verstandig,” zei ik. “Ik heb het ook geprobeerd.” Eén keer. Om 06.00 uur opstaan. Koud douchen, ik heb gegild als een varken dat zijn staart kwijt was, daarna ademhalingsoefeningen. Ik dacht serieus dat ik flauw zou vallen. En vervolgens moest ik gaan mediteren.
Nou… mijn brein had andere plannen. Die speelde herinneringen af aan de ijskoude winter in 1963 en een liedje van Johnny Jordaan uit 1955 dat ik al veertig jaar niet meer had gehoord. Na dag twee heb ik het opgegeven.
Joh, niet iedereen is gemaakt voor een ochtend vol discipline. En dat is ook prima. Dus aan alle ochtendgoeroes zeg ik: ga vooral door met jullie routines.
Maar oordeel niet over de mensen die hun dag beginnen met een wit broodje met zoetigheid en een kopje koffie. Saar zorgt goed voor me.
Na wat heen en weer gepraat over het leven, knieën, ruggen, bloeddruk en andere gezellige ouderdomsdingen, kwamen we ineens op banken.
En voordat u denkt dat ik een nieuw interieur heb gekocht: nee hoor.
Ik bedoel niet van die twee- of driezitsbanken. Geen ligbanken, geen bedbanken, geen slaapbanken, geen schoolbanken, geen hoekbanken, geen kerkbanken en ook geen bidbanken waar sommige mensen hun zonden proberen weg te poetsen. En al helemaal niet die banken uit de gymnastiekzaal van vroeger. Waar de gympik riep: “Babbel! Over de bank springen!” En ik maar denken: over de bank? Ik kom er nog niet eens op man!
Maar eerlijk is eerlijk: ik haalde altijd een 9 voor gymnastiek op mijn rapport. Dat was ook meteen mijn hoogste cijfer dat ik ooit behaalde….
En ik bedoel ook niet de banken die er zogenaamd voor onze gezondheid zijn.
U weet wel: bloedbanken, spermabanken, orgaanbanken en wat er tegenwoordig allemaal bestaat waar ze onderdelen van de mens verzamelen alsof het reserveonderdelen van een oude Solexbrommer zijn. Nee.
Ik bedoel de banken waar ons geld woont. Of beter gezegd: waar ons geld logeert terwijl het steeds minder lijkt te worden. De instellingen die zeggen dat ze het allerbeste met ons voor hebben. Die gouden bergen beloven met rentes, spaarrekeningen, beleggingen, hypotheken en nog een hele verzameling financiële fratsen waar een normaal mens spontaan koppijn van krijgt. Je zou ze ook kunnen noemen: banken van veel beloven en weinig geven. Want creatief zijn ze hoor, daar bij die banken. Ze verzinnen steeds nieuwe manieren om het geld dat wij met hard sappelen bij elkaar hebben gewerkt weer netjes hun kant op te laten rollen.
En ja… soms loopt dat goed af. Maar als je niet oppast ben je uiteindelijk…
het kind van de rekening. En laat ik u nou eens een geheim vertellen, maar zeg het niet verder hoor: We zijn dat kind van de rekening al lang.
Vroeger, in de goeie ouwe tijd, een tijd die bij de banken tegenwoordig lijkt te zijn uitgewist alsof iemand er met Tipp-Ex overheen is gegaan, kreeg je gewoon gratis enveloppen. Gratis bankafschriften.
En in bijna ieder dorp stond een bankgebouw waar achter het loket mensen zaten. Echte mensen. Schrijfvolk noemden we dat. Die bogen nog voor je als een knipmes. “Goedemorgen meneer Babbel.” “Waarmee kunnen wij u van dienst zijn?” “U kunt altijd op ons rekenen.” Mijnheer voor en mevrouw na.
Het was ook de tijd dat een hypotheek nog een beetje te begrijpen was.
Je leende geld. Je betaalde rente. Klaar. Het woord woekerpolis bestond nog niet eens. Dat moest eerst nog worden uitgevonden.
Maar toen…ja toen kwam de computer. En langzaam maar zeker verdwenen de mensen achter de loketten. Alles werd digitaal. Dat was, zo zeiden ze, vooral voor ons gemak. Nou… dat woord ‘gemak’ krijgt bij mij een heel andere lading.
Voor degenen onder ons die wat jonger zijn: ‘het gemak’ was vroeger namelijk een andere naam voor het toilet. Omdat men daar ‘op z’n gemak’ zijn behoefte kon doen.
En als je ziet wat er tegenwoordig allemaal bij banken gebeurt… dan klopt dat eigenlijk nog best goed ook. Internet bankieren bespaart personeel, zei de bank. En personeel kost geld. En geld besparen… daar zijn banken toevallig erg goed in.
De gratis dingen verdwenen. Geen gratis enveloppen meer. Geen gratis papieren afschriften meer. Wilt u ze toch nog hebben? Prima.
Betalen graag.
Even geld opnemen? Flappentap. Pinpas nodig. Pinpas? Niet gratis. Want zo’n stukje plastic maken, dat kan de bank natuurlijk niet betalen.
Stel je voor. En als je vingers krom staan van de reuma en je bij die automaat staat te priegelen alsof je een kluis probeert te kraken? Geen probleem!
Dan mag je iemand machtigen. En die krijgt dan ook een pasje. En u raadt het al…Dat kost ook weer geld.
Sparen dan maar? Nou ja… het kan. Maar verwacht geen vuurwerk. De rente is tegenwoordig ongeveer zo hoog als de temperatuur van een ijsblokje. Dat komt, zo zeggen ze, omdat een grote bank in Frankfurt allerlei zuidelijke Europese banken moet helpen. Daarom krijgen wij dus minder rente.
Logisch toch.
Soms denk ik: je kunt je geld net zo goed in een oude sok stoppen. Onderin de linnenkast. Maar ja… die sokken van tegenwoordig zijn ook niet meer wat ze geweest zijn. Zeven paar voor € 4,99. Daar zit nog meer lucht in dan in een spaarrekening.
Wil je geld opnemen? Kost geld.
Wil je geld storten? Kost geld.
Wil een winkelier wisselgeld? Kost ook geld.
Die geldsorteermachine rammelt niet voor niks.
Sterker nog: bij sommige automaten kun je niet eens meer met muntgeld terecht. Alleen briefjes.
En dan hebben we het nog niet eens gehad over hypotheken. Vroeger simpel. Nu zoveel soorten dat zelfs de bankmedewerker soms zegt: “Even kijken hoor… hoe zat het ook alweer…”
Is je huis minder waard geworden dan je hypotheek? Extra betalen.
Is je huis meer waard geworden? Dan mag je nog steeds hetzelfde blijven betalen. Logisch.
En trouwens… wist u dat er ook vijf-eurobiljetten bestaan? Jawel hoor. Maar banken vinden dat maar lastig. Dus die verdwijnen langzaam uit de flappentap.
At your service.
En ondertussen sluiten de bankkantoren. Geen banken meer op de hoek van de Lange Kerkdam. Geen in de Langstraat. Geen in de Johan de Wittstraat.
Geen Rabobank.
Geen ING.
Geen ABN/Amro.
Alles weg.
Wil je een persoonlijk gesprek? Dan moet je soms vijftien kilometer rijden. Om iemand te spreken die je vervolgens naar een websiteverwijst. Waar alles zo ingewikkeld mogelijk staat uitgelegd. Want waarom zou je iets duidelijk maken…als het ook ingewikkeld kan? Maar goed. We moeten eerlijk blijven.
Internet bankieren is ook best makkelijk. Lekker thuis op de bank.
Kopje koffie. Journaal op tv. En ondertussen een beetje mopperen dat de bankkantoren in het dorp verdwenen zijn. Tot uw dienst?
Zeker. Als u maar betaalt.
Dus nog een paar tips van Sam Babbel.
Hebt u allebei een aparte bankrekening? Zorg dat er niet te veel geld op staat.
Want als één van u komt te overlijden, wat ik uiteraard niemand toewens, probeer dan maar eens snel bij dat geld te komen.
En probeer ook maar eens de naam van uw man of vrouw op uw rekening te krijgen. Dat kan niet via internet. Dan moet u persoonlijk langskomen.
Bij de bank.
In Wassenaar.
Die er niet meer is…
Zegt u het maar.
En zo mondde deze ochtend op dat koude ijzeren bankje met Keessie uit in een prachtige discussie over banken. Mooi toch.
En Bikkie? Die lag ondertussen onder het bankie rustig te knorren. Dromend van een welverdiend brokkie.
En eerlijk gezegd…daar zat waarschijnlijk nog meer vlees op dan op mijn spaarrekening.
Sam Babbel








