Van de week zat ik weer op mijn vaste bankie. U kent het inmiddels wel. Tegenover de ingang van Duinrell. Bikkie lag naast me. Althans… dat dacht ik. Zijn ogen waren dicht, maar zijn oren bewogen alle kanten op. Die hond mist werkelijk niets. Als er ergens een boterham valt, weet hij eerder waar dan de meeuwen. En er valt daar regelmatig wat te snaaien.
Het was zo’n ochtend waarop Wassenaar langzaam wakker wordt. Paviljoen De Zonnehof zette de lunchborden buiten en klapte de zonneschermen open. Een paar wandelaars kwamen uit Meijendel. Twee jongens in sportkleding liepen richting het voetbalveld van Blauw-Zwart. Een oudere dame, keurig gekleed, wandelde met haar rollator over de Storm van ‘s-Gravesandeweg, waarschijnlijk op weg naar de bushalte. Ze zwaaide naar bijna iedereen die ze tegenkwam.
Dat zie je alleen nog in een dorp.
Een moeder bracht haar kinderen op de fiets naar de Sport- en Speldagen.
De Stichting Spelenderwijs organiseert die in de laatste week van de schoolvakantie. Wij hadden dat vroeger niet. Wij moesten ons in de zomervakantie zelf zien te vermaken. Maar tegenwoordig is dat voor kinderen soms knap lastig. Vandaar dit fantastische initiatief. Stichting Spelenderwijs brengt kinderen samen om te spelen, te bewegen en nieuwe vriendschappen te sluiten. Dat kan dankzij de inzet van vrijwilligers en de steun van betrokken inwoners en bedrijven. Werkelijk al jaren een zeer lovenswaardig initiatief, dat ik van harte ondersteun. Ja, zelfs een warm hart toedraag!

“Kijk eens goed, Bikkie,” zei ik.
“Waarnaar?”
“Naar Wassenaar.”
Hij keek me aan alsof hij dacht dat ik eindelijk gek geworden was.
“Nee,” zei ik. “Niet naar de bomen. Niet naar de auto’s. Kijk naar de mensen. Want dáár gebeurt het.”
Op pad met de camera?
De gemeenteraad heeft een paar maanden geleden een keuze gemaakt voor de nieuwe streekomroep. Prima. Gefeliciteerd. Maar terwijl iedereen druk praat over vergunningen, mediawetten, puntenlijsten en organisaties, vroeg ik me ineens iets heel anders af.
Wie gaat er straks eigenlijk nog met de camera de straat op om bijvoorbeeld verslag te doen van de Sport- en Speldagen?
Wie schuift aan in het buurthuis van Kerkehout bij de bingo? Of bij O&O in Oostdorp, bij het linedancen, sjoelen, dansen en kaarten?
Wie gaat eens langs bij de kinderboerderij, de kerkconcerten, de volkstuintjes of de scouting?
Wie staat langs de lijn bij Blauw-Zwart?
Wie drinkt een bakkie koffie in een van onze verzorgingshuizen? Of wie gaat eens langs bij Amorosa, waar je mag zijn wie je bent?
Want dáár begint het nieuws. Niet achter een vergadertafel in het gemeentehuis, maar tussen de mensen. Op straat. Op het sportveld. Op school. Op het strand. In de kerken en ontmoetingscentra. Bij de speeltuinen. In de Langstraat. Dáár leeft Wassenaar.
Ik hoef echt niet iedere avond een wethouder achter een microfoon te zien. Die vindt zijn weg naar de publiciteit toch wel.
Laat mij liever zien hoe het met onze jongeren gaat.
Waar spreken ze af?
Welke muziek luisteren ze?
Welke sport beoefenen ze?
Wie organiseert er iets voor hen?
Maar laat ook eens zien hoe het er overdag toegaat in de verschillende verzorgingshuizen. Welke activiteiten zijn er? Hoe is de deelname? Wie zijn die mensen die ervoor zorgen dat bewoners een fijne middag hebben?
Laat ook eens zien hoeveel ouderen zich iedere dag belangeloos inzetten voor een ander. Die mevrouw die al vijftien jaar koffie schenkt bij de buurtvereniging. De vrijwilliger die iedere week iemand naar het ziekenhuis rijdt. De mantelzorger die zijn vakantie al jaren uitstelt omdat thuis iemand op hem wacht.
Dat zijn toch de mensen die een dorp draaiende houden?
En dan onze sportverenigingen. Niet alleen wanneer er een kampioenschap wordt gevierd. Juist ook op een gewone zaterdagmorgen.
Voetbal.
Hockey.
Tennis.
Handbal.
Jeu de boules.
Bridge.
Schaken.
Al die vrijwilligers die om zeven uur ’s morgens de koffie al klaar hebben staan voordat de eerste wedstrijd begint.
Dat is óók nieuws.
Sterker nog: dat ís Wassenaar.
En cultuur dan? We hebben kunstenaars. Muziekverenigingen. Koren. Fotografen. Toneelspelers. Mensen die exposeren. Mensen die restaureren. Mensen die onze geschiedenis levend houden.
Hoe vaak zien we die eigenlijk terug? Veel te weinig.
En recreatie? Loop eens met een camera door Meijendel. Fiets eens langs de Wassenaarse Slag. Ga eens kijken bij De Horsten. Praat eens met de boswachter. Met de strandwacht. Met de ijsverkoper. Of met die wandelaar die hier al veertig jaar iedere ochtend hetzelfde rondje loopt. Wedden dat je tien mooie verhalen hebt voordat de batterij van de camera leeg is?
Ik hoorde laatst iemand zeggen: “Er gebeurt nooit wat in Wassenaar.”
Nou…
Dan kijk je niet goed.
Er gebeurt hier iedere dag van alles. Alleen vertelt bijna niemand het.
Bikkie stond inmiddels op. Er kwam een brandweerauto voorbij. Nee hé. Nee, gelukkig niet want dat was de laatste weken wel goed raak.
Twee kinderen holden naar de straat om te zwaaien. De brandweermannen zwaaiden lachend terug.
“Zie je dat?” zei ik. “Dat duurt misschien tien seconden. Maar als je daar een reportage van maakt, kijken vanavond honderden mensen met een glimlach.”
De kracht van een lokale omroep
Dat is nu precies de kracht van een lokale omroep. Niet alleen laten zien wat belangrijk ís, maar vooral laten zien wat belangrijk vóélt.
Een honderdjarige die zijn verjaardag viert.
Een echtpaar dat zestig jaar getrouwd is.
Een schoolmusical.
Een buurtbarbecue.
Een nieuwe speeltuin.
Een nieuwe naam voor het evenementenbplein.
Een ondernemer die vijftig jaar in hetzelfde pand zit.
Een leerling die kampioen judo wordt.
De uitvoering van de dansschool.
Een inwoner die zwerfafval opruimt zonder dat iemand daarom vraagt.
Dat zijn de verhalen waardoor je denkt: “Hé… dat is mijn dorp.”
En natuurlijk. Een lokale omroep moet ook kritisch zijn. De gemeenteraad volgen. Het college controleren. Doorvragen als iets niet klopt. Dat hoort erbij. Dat is zelfs noodzakelijk.
Maar laten we alsjeblieft niet vergeten dat een lokale omroep méér is dan politiek alleen.
Een goede lokale omroep verbindt. Laat mensen elkaar ontmoeten. Maakt inwoners nieuwsgierig naar hun eigen omgeving. En zorgt ervoor dat je denkt:
“Dat wist ik helemaal niet.”
Welke naam er straks ook boven de uitzending staat: de kijker zit niet te wachten op nóg meer vergaderingen. Die wil zijn eigen dorp terugzien.
Als de nieuwe streekomroep daarin slaagt, maakt het mij eerlijk gezegd niet uit hoeveel pagina’s het beleidsplan telde of hoeveel punten de aanvraag kreeg.
Dan heeft zij niet alleen gewonnen van een andere omroep, maar van de grootste tegenstander die er bestaat:
onverschilligheid.
Bikkie gaf me een por met zijn neus. Hij keek naar de mensen die langs ons bankje liepen.
Jong en oud.
Met een hond.
Met een kinderwagen.
In sportkleding.
Netjes gekleed.
Op wandelschoenen.
Of achter een rollator.
Allemaal Wassenaarders.
“Je hebt gelijk, jongen,” zei ik. “Eigenlijk lopen hier vandaag al twintig reportages voorbij.” Je moet alleen wel de moeite nemen om ze te zien.
Want dáár begint een echte lokale omroep.
Sam Babbel








