Skip to content
Wassenaarders aan het woord

Een zolder vol Wassenaar

Avatar foto
Sam Babbel
25 september 2026•8 minute read

“Luister, dit mag je niemand vertellen…” Van de week zat ik op een bankje tegenover de ingang van het bosje van Pallandt, pal voor het transformatorhuisje. Vroeger stonden er aan de overkant twee bankjes naast elkaar maar die zijn jaren geleden weggehaald. Onbegrijpelijk want veel ouderen zaten daar te keuvelen en op te letten wat er zoal voorbijkwamen en dat was in de zomermaanden heel veel!


Bikkie zat naast me op de bank. Het was zo’n ochtend waarop er eigenlijk niks gebeurt, maar waarop je toch van alles ziet. Ik zat na te denken  wat ik onlangs las in het plaatselijke krantje. Over De Warenar. Dat vertrouwde gebouw aan de Kerkstraat waar generaties Wassenaarders naar binnen zijn gegaan voor toneel, muziek, vergaderingen, culturele activiteiten en allerlei bijeenkomsten. Ik heb er heel wat voetstappen liggen.
De Warenar wordt de komende jaren flink gerenoveerd en verduurzaamd. Dat is op zichzelf al mooi nieuws. Maar nu heeft de gemeente nog iets bedacht. Er wordt onderzocht of er in De Warenar ruimte kan komen voor een museale functie. Ik las het nog een keer. Een museum? In De Warenar?
“Bikkie,” zei ik, “daar zit muziek in.” Hij bleef liggen. De gemeente heeft er op de zolderverdieping ongeveer 230 vierkante meter voor in gedachten. Geen balzaal dus, maar ook weer niet zo klein dat je er alleen de oude ambtsketting van de burgemeester kunt neerleggen. En het mooie is: de gemeente vraagt om ideeën. Nou moet je dat bij mij natuurlijk niet doen. Want voordat ik het wist, zat ik op dat bankje in gedachten al een compleet museum in te richten. Maar toen dacht ik: nee.
Geen museum. Tenminste, niet zo’n museum waar je binnenkomt, je jas uitdoet en vervolgens langs twintig vitrines schuifelt met bordjes waarop staat:
Voorwerp, circa 1870. Herkomst onbekend.
Daar wordt Sam niet warm van. Ik zou er iets anders van maken.

Het Huis van Wassenaar.
Een plek waar je niet alleen kunt bekijken wat Wassenaar vroeger was, maar waar je kunt zien, horen en beleven wie wij waren en wie wij zijn. Want zeg nou zelf: wat een geschiedenis heeft dit dorp. Natuurlijk onze buitenplaatsen en landgoederen. De Paauw, Backershagen, Clingendael en al die andere prachtige plekken. Meijendel en onze duinen. Duindigt. De oude dorpskern. Boerderijen en tuinderijen. Kunst, natuur en cultuur. Maar daar houdt Wassenaar niet op. Ik wil óók Oostdorp zien, de Rooie Buurt maar ook Kerkehout. De kleine huizen waar grote gezinnen woonden. De arbeiders, de tuinders, de middenstanders, de melkboer, de bakker en de kruidenier.
De schoolklassen van vroeger. De sportverenigingen. De brandweer. De jongens die op straat voetbalden totdat moeder uit het raam riep: “Eten!” Want dat is óók Wassenaar. Misschien nog wel het Wassenaar dat het snelst uit ons geheugen verdwijnt. En juist daarom zou zo’n plek bijzonder kunnen worden. Geen verzameling spullen, maar een verzameling verhalen.

Zet midden in die ruimte bijvoorbeeld een grote digitale tafel. Tik de naam van een straat aan en oude foto’s verschijnen. Oostdorperweg. Langstraat. Berkheistraat. Kerkstraat. Van Zuylen van Nijeveltstraat. Louisestraat, Charlottestraat etc.
En ineens staat daar het huis waar opa woonde. Of de winkel waar moeder boodschappen deed. Of het schoolgebouw waar je als jongetje met knikkende knieën naar binnen ging omdat je je huiswerk niet had gemaakt. Laat een kleinkind naast zijn opa staan en zeggen: “Woonde u dáár?” “Ja jongen.” “Met hoeveel kinderen?” “Met z’n zevenen.” Dan kijkt zo’n kind waarschijnlijk eerst naar het huis en daarna nog eens naar opa. Dát is geschiedenisles.

En maak in dat Huis van Wassenaar vooral een Verhalenkamer. Een eenvoudige stoel. Een camera. Misschien een kop koffie erbij. En laat oudere Wassenaarders vertellen. Niet urenlang. Tien minuten. Waar bent u geboren? Waar speelde u?
Naar welke school ging u? Waar werkte uw vader? Waar deed uw moeder boodschappen? Hoe was Wassenaar tijdens en na de oorlog? Waar ging u dansen?
Waar ontmoette u uw vrouw of man? Wat is verdwenen wat volgens u nooit vergeten mag worden?

Want we kunnen een monument restaureren. Een schilderij kunnen we conserveren. Een oude brief kunnen we in het archief leggen. Maar wanneer een mens sterft zonder zijn verhaal te hebben verteld, verdwijnt er een klein stukje Wassenaar dat nooit meer terugkomt. Daarom zou ik die 230 vierkante meter ook niet volproppen.
Laat het wisselen. Een paar maanden Oostdorp en de Rooie Buurt. Daarna Wassenaar en zijn landgoederen. Dan Duindigt door de jaren heen. Vervolgens het Kerkehout en niet vergeten Sportend Wassenaar. Blauw-Zwart, Wassenaar, WZK, hockey, atletiek en al die andere verenigingen waar generaties vrijwilligers hun vrije tijd in hebben gestoken. Daarna de verdwenen winkels uit het dorp. Onze scholen. De oorlogsjaren. Kunstenaars uit Wassenaar. De boerderijen en tuinderijen. De brandweer.

En waarom niet een tentoonstelling: Mijn Wassenaar. Iedere inwoner mag één foto insturen met een verhaal van maximaal honderd woorden. Dan hangt naast een kostbaar schilderij misschien een vergeelde foto van een moeder met zes kinderen voor een eenvoudig huisje in Oostdorp of het Kerkehout. En weet u wat? Voor mij zijn ze allebei even belangrijk. Want de waarde van geschiedenis zit niet alleen in wat iets gekost heeft. De waarde zit in het verhaal erachter.

De gemeente heeft trouwens aangegeven dat stukken uit de gemeentelijke kunstcollectie eventueel in bruikleen beschikbaar kunnen worden gesteldPrachtig. Haal die kunst dan zo nu en dan uit het depot en laat Wassenaarders zien wat ze eigenlijk bezitten. (Jammer is alleen, dat een hoop kunst dat blijkbaar niet goed is te koop wordt aangeboden via een veilinghuis. Lekker bijdehand dus maar dit terzijde).

Maar toen kwam ik bij het gedeelte van de gemeentelijke oproep waar mijn enthousiasme even begon te haperen. Er is namelijk geen structureel gemeentelijk budget voor de inrichting of exploitatie van het museum. Wie met een plan komt, moet dus zelf zorgen voor de financiering, inrichting en exploitatie, de huur- en andere kosten kunnen betalen en aantonen dat het geheel financieel zelfstandig kan functioneren. Ik keek opzij naar Bikkie. “Begrijp jij het nog?” Hij keek mij aan. “Ze hebben een zolder en zoeken iemand met een museum én een portemonnee.” Bikkie krabde achter zijn oor.


Maar eerlijk is eerlijk: de gemeente zegt het tenminste vooraf. En misschien moeten we daarom juist niet denken aan één organisatie die daar een compleet traditioneel museum moet beginnen. Waarom zouden historische verenigingen, culturele organisaties, scholen, sportclubs, kunstenaars, verzamelaars, ondernemers en gewone inwoners niet samenwerken? Een Stichting Huis van Wassenaar bijvoorbeeld. Met vrijwilligers, sponsors, vrienden, tijdelijke tentoonstellingen en vooral veel digitaal materiaal. Dan hoeft niet alles gekocht te worden.

Wassenaar bezit zelf immers al duizenden foto’s, voorwerpen, documenten en verhalen — verspreid over archieven, verenigingen, instellingen, zolders, schoenendozen en oude fotoalbums. Breng die verhalen bij elkaar. Niet om ze allemaal permanent op zolder te zetten. Dat past nooit op 230 vierkante meter.
Maar digitaal? Dan is 230 vierkante meter ineens groter dan heel Wassenaar. En laat vooral de jeugd meedoen. Geef ieder jaar een groep scholieren een onderwerp.
Hoe zag Wassenaar eruit toen mijn opa twaalf was?
Laat ze mensen interviewen, foto’s zoeken en zelf een kleine tentoonstelling maken. Dan leren ze niet alleen geschiedenis. Dan ontdekken ze dat geschiedenis niet ergens heel ver weg begint bij Napoleon of Willem van Oranje. Geschiedenis begint soms gewoon drie straten verderop.

Ik zat inmiddels zo enthousiast tegen Bikkie te praten dat een voorbijganger mij wat vreemd aankeek. Dus ik deed maar alsof ik tegen mijn hond praatte. Dat wordt tegenwoordig nog geaccepteerd.

Tot 21 oktober 2026 kunnen ideeën bij de gemeente worden ingediend. Daarna wordt bekeken of zo’n museale functie werkelijk een plaats kan krijgen in de verdere plannen voor De Warenar.
Of het ervan komt? Geen idee. Maar als we deze kans krijgen, laten we er dan alsjeblieft geen stoffige zolder van maken waar na de feestelijke opening drie bezoekers per week binnenkomen. Maak er een plek van waar je steeds opnieuw naartoe kunt.
Omdat er steeds iets anders te zien is.
Omdat je er iemand tegenkomt.
Omdat je er je eigen straat herkent.
Je vader.
Je moeder.
Je school.
Je vereniging.
Je jeugd.
Je dorp.

Ik stond op van mijn bankie. “Kom Bikkie, we gaan.” Hij sprong overeind. En terwijl we naar huis liepen, wist ik ineens precies wat er boven de ingang van die 230 vierkante meter zou moeten staan.
Niet: MUSEUM.
Maar: HET HUIS VAN WASSENAAR
En daaronder:

 **Hier bewaren we niet alleen spullen. Hier bewaren we verhalen.**

Want ieder mens heeft een verhaal dat het waard is om verteld te worden.
En een dorp van duizenden mensen heeft er duizenden.
Zorg dat we ze niet kwijtraken.

Sam Babbel

Deel dit artikel
Tags
ColumnSam BabbelWassenaar
Gerelateerde artikelen

Geen reacties

Back To Top