In De Telegraaf van 20 juli 1908 kon je onder de kop ‘Schilderijen-tentoonstelling te Katwijk a/Zee‘ lezen: ‘Men meldt ons uit Katwijk: Onze jeugdige kunstvereeniging, op initiatief van een aantal alhier vertoevende schilders opgericht, heeft reeds krachtige teekenen van leven gegeven. Zij heeft aan het strand, voor het badhotel “De Zwaan”, een verplaatsbare kunstzaal doen bouwen, en daarin heden een schilderijen-tentoonstelling geopend, die de moeite van een bezoek overwaard is.’
Welke Katwijkse kunstschilders namen in 1908 het initiatief om een eigen kunstvereniging op te richten? En waarom mocht hun ‘kunstzaal’ voor “De Zwaan” staan? Wat was daar in de zomermaanden aan het strand allemaal te zien en te koop? En waarom besloten de schilders al na drie jaar om de vereniging op te heffen en het expositiegebouwtje te verkopen?

Arend Jan Sleijster vertelt in zijn tweede ‘Praetje kunst’, een reprise van 28 mei op dinsdag 9 juni om 19:30 uur in het DUNAatelier verder over de geschiedenis van de ‘Kunstvereeniging Katwijk’.
Deze vereniging van Katwijkse kunstenaars werd opgericht op 15 april 1908 en organiseerde in een eigen houten gebouwtje aan de Boulevard verkooptentoonstellingen in de zomermaanden van 1908, 1909 en 1910.
In zijn praetje met plaetjes vertelt hij over het kunsthistorisch onderzoek en de speurtocht naar de kunstwerken van B.J. Blommers, Frederika Broeksmit, Arthur Feudel, Charles Gruppé, Eugène Mulertt, Gerhard ‘Morgenstjerne’ Munthe, Evert Pieters, Willy Sluiter, Thamine Tadama-Groeneveld, Fokko Tadama, Jan ‘Zoetelief’ Tromp, Willem Wassenaar en Charles van Wijk die destijds te koop werden aangeboden. En wordt ook duidelijk waarom de ‘Kunstvereeniging Katwijk’ al na drie jaar werd opgeheven.
Arend Jan Sleijster(Katwijk, 1961) schreef de catalogus Willy Sluiter en de Kunstvereeniging Katwijk 1908-1910 en was in 2008 één van de samenstellers van de gelijknamige tentoonstelling in het Katwijks Museum in 2008. Hij werkt aan een proefschrift over de ontwikkeling van Katwijk als kunstenaarskolonie in de periode 1873 tot 1914.










