Van de week zat ik weer eens op een bank waar ik eerlijk gezegd nog niet zo vaak heb gezeten. Het bankje bij de speeltuin aan de Dr. Mansveltkade. Een prachtig plekje. Kinderen die schommelen, ouders die een oogje in het zeil houden en opa’s en oma’s die doen alsof ze op de kleinkinderen letten, terwijl ze ondertussen de hele buurt in de gaten houden. Zo gaat dat
Bikkie lag natuurlijk naast me. Althans, dat dacht ik. Ineens zag ik een poot omhooggaan. Je schrikt je dan toch een hoedje. Je wilt niet bekendstaan als die man met die hond die de speeltuin tot openbaar toilet verklaart. Gelukkig had meneer alleen een interessante grasspriet ontdekt, geen grasaren want dat is niet goed voor de hond! Ik kon weer rustig ademhalen.
Ik keek eens om me heen. De speeltuin zag er keurig uit. Schoon. Fris. Geen rondslingerende zakjes chips, geen blikjes energiedrank, geen bergen afval. Zo hoort het ook. Kinderen moeten kunnen spelen zonder eerst een hindernisbaan van rotzooi af te leggen. Toen moest ik ineens denken aan vroeger.

Vroeger
Wij groeiden op met het idee dat Nederland misschien wel het schoonste land van de wereld was. Iedere vrijdag gebeurde er iets bijzonders. Zonder dat iemand daar een gemeentelijk actieplan voor had geschreven, zonder burgerparticipatie, zonder projectgroep en zonder communicatieadviseur. Gewoon… de stoepen werden geschrobd. De dames (!) stonden met emmer, borstel en groene zeep gereed. De ramen werden gelapt zodat je er dwars doorheen kon kijken. De heggen werden bijgewerkt, de paadjes aangeharkt en voor het weekend lag de hele straat erbij alsof de (toenmalige) Koningin op bezoek kwam.
En ondertussen hoorde je ergens verderop het geluid van de straatveger. Niet zo’n grote machine die tegenwoordig met veel lawaai drie keer langs dezelfde stoeprand rijdt. Nee. Een echte gemeentewerker. Met een handkar. Een grote bezem. Een schop. En een pet. Hij kende iedereen. Wist precies waar altijd een paardenvijg lag, waar de bladeren bleven hangen en welke buurvrouw hem onderweg een kop koffie zou aanbieden.
Ook de gemeentelijke tuinlieden waren kunstenaars op hun eigen manier. Geen sprietje onkruid kreeg een kans. Plantsoenen lagen er verzorgd bij. Gazons waren zo strak gemaaid dat je dacht dat er een liniaal langs was gegaan. En overal stonden die mooie bordjes. “Verboden zich op het gras te bevinden.” Dat deed je dus ook niet. En nog mooier vond ik altijd die andere tekst: “Laat niet als dank voor het aangenaam verpozen, ons achter met de schillen en de dozen.” Prachtig Nederlands.
Er stond niet bij wat er gebeurde als je het toch deed. Misschien kwam er een agent uit de bosjes. Misschien kreeg je alleen een boze blik van een wandelende buurvrouw. Maar het werkte wel. Wassenaar bleef schoon.
Langzaam veranderde de wereld. Overal verschenen verkooptentjes. Patat, ijs, hamburgers, loempia’s, broodjes, pizza’s en weet ik veel wat nog meer. En waar vroeger een zakje van de bakker genoeg was, kreeg alles ineens een verpakking. Plastic hier, karton daar, aluminium zus en piepschuim zo. Allemaal keurig ontworpen. Alleen niet bedacht waar het na afloop moest blijven. Afvalbakken waren schaars. Dus de straat werd maar afvalbak.
En ondertussen rookte half Nederland nog vrolijk in de auto. De asbak zat vol. Raampje open. Tik… daar ging de peuk. Alsof de berm vanzelf een enorme asbak was. En eerlijk is eerlijk, dat gebeurt vandaag de dag nog steeds.
Loop eens een ochtend mee met de mensen van de Bermbrigade in Wassenaar. Iedere week vullen zij zak na zak met blikjes, flesjes, plastic verpakkingen en duizenden sigarettenpeuken. Dingen die iemand met een klein beetje moeite ook gewoon in een afvalbak had kunnen gooien. Maar ja… die staat soms wel drie meter verderop. Dat is natuurlijk een hele wandeling.
Van de week zag ik op Facebook een foto van een picknicktafel in het bosje van Pallandt. Niet gedekt voor een gezellige lunch, maar als een soort openluchtvuilnisbak. De hele tafel lag vol met achtergelaten afval. Bekers, verpakkingen, etensresten… zomaar achtergelaten. Dan vraag je je toch af: wat gaat er in zo’n hoofd om? Je hebt het wel mee het bos in gekregen, maar terugnemen of even naar de afvalbak lopen is blijkbaar te veel gevraagd.
Graffiti
Ondertussen veranderde ook het onderhoud van onze plantsoenen. Er kwam een nieuw inzicht. Waarom alles zo vaak maaien? Laat de natuur haar gang gaan. Meer bloemen. Meer insecten. Meer biodiversiteit. Op zichzelf een prachtig idee. Ik ben de laatste die tegen vlinders, bijen en egeltjes is.
Maar soms lijkt het alsof de natuur zó haar gang mag gaan dat niemand zich meer verantwoordelijk voelt voor hoe de openbare ruimte eruitziet. Onkruid wordt ineens ‘natuurlijke begroeiing’. Verwaarlozing heet ‘ecologisch beheer’. En ergens onderweg is het verschil tussen natuurlijk en slordig een beetje zoekgeraakt.
Misschien is dat ook wel de reden dat sommige figuren denken dat iedere kale muur een uitnodiging is. Dan komt de spuitbus tevoorschijn. En voor je het weet zijn muren, bruggen, containers, bushokjes, elektriciteitskasten, treinen, geluidsschermen en tunnels veranderd in een bonte verzameling van letters waar zelfs de maker later niets meer van kan lezen.
Soms zie je werkelijk prachtige graffiti. Echte kunst. Kleur. Creativiteit. Vakmanschap. Daar kun je gerust een kwartier naar staan kijken. Een voorbeeld is het transformatorhuisje op de hoek van de Oostdorperweg/ Kokshornlaan en het pas verschenen kunstwerk op de Deylerweg.
Maar veel vaker zie je een paar haastig neergegooide krabbels waarvan zelfs de schrijver waarschijnlijk vergeten is wat hij ermee bedoelde.
Ik moet dan altijd denken: graffiti zijn eigenlijk de tatoeages van de openbare ruimte. Sommige zijn prachtig. Sommige zijn kunst. Maar heel veel zijn vooral moeilijk weg te krijgen.
Gelukkig laat de jeugd in Wassenaar ook zien dat het anders kan. Loop maar eens langs de oude sporthal De Schulpwei. Daar is een plek waar jongeren bij elkaar komen en waar graffiti wél mag. En wat daar gemaakt is… werkelijk schitterend. Kleuren. Vormen. Fantasie. Daar zie je talent. Daar zie je dat een spuitbus ook een penseel kan zijn.
Omgaan met onze openbare ruimte
Maar toen liep ik nog een stukje verder. Bij de ingang van de speeltuin aan de Dr. Mansveltkade (ook de ingang naar het kermisterrein). Daar staat een klein transformatorhuisje. Scheef. Verweerd. En van boven tot onder beklad met teksten waarvan ik de meeste thuis niet eens hardop durf voor te lezen. En dat staat daar. Precies bij een speelterrein waar iedere dag jonge kinderen naar binnen lopen en waar straks in augustus het volstroomt met kermisgangers. Toen keek ik nog eens goed. Dat huisje staat daar eigenlijk een beetje symbool voor hoe wij soms met onze openbare ruimte omgaan.
We investeren miljoenen in mooie plannen.
We praten over leefbaarheid.
We schrijven visies.
We organiseren participatieavonden.
Maar een klein transformatorhuisje dat iedere dag door honderden mensen wordt gezien, dat blijft gewoon staan. Scheef. Beklad. Vergeten. Alsof niemand het nog ziet. En dat vind ik eigenlijk zonde. Want een dorp laat zich niet alleen kennen door grote projecten. Juist de kleine dingen vertellen hoe trots je bent op je eigen omgeving.
Een schoon bankje.
Een verzorgd plantsoen.
Een speelplaats zonder rommel.
Een netjes geschilderd transformatorhuisje.
Dat zijn misschien geen wereldproblemen. Maar het zijn wel de dingen die iedere inwoner iedere dag ziet.
Toen Bikkie opstond, zich eens uitgebreid uitrekte en mij aankeek alsof hij wilde zeggen: “Kom baas, genoeg gemopperd,” moest ik toch glimlachen.
Misschien heeft hij wel gelijk. De wereld verbeteren begint niet in Den Haag. Ook niet op het gemeentehuis in Wassenaar. En zelfs niet met een spuitbus. Het begint gewoon met je eigen hand. Door een papiertje op te rapen. Een peuk in de afvalbak te gooien. Een muur heel te laten. En als gemeente af en toe even om je heen te kijken. Want eerlijk is eerlijk… dat transformatorhuisje bij de speeltuin verdient gewoon een nieuw jasje. Niet morgen. Niet na weer een overleg of een nieuwe visie. Gewoon binnenkort. Vóórdat de volgende kunstenaar zijn spuitbus in Wassenaar weer heeft gevonden.
Sam Babbel








