Op zondag 29 april 1945 doemt, aan het begin van de middag, vanaf de Noordzee een ronkend geluid op. Het is het geluid van de Royal Air Force die met bommenwerpers van het type Lancaster afstevent op bezet Nederland. De vliegtuigen vliegen laag over de kust en trekken vervolgens landinwaarts richting Den Haag en Wassenaar.
Boven Wassenaar en omgeving, onder andere bij de renbaan Duindigt, verschijnen de toestellen op opvallend lage hoogte. De bevolking weet niet wat hen overkomt. Het oorverdovende geluid van de bommenwerpers doet het ergste vrezen, maar eenmaal buiten wordt duidelijk dat deze vliegtuigen geen vernietiging brengen. Integendeel: mensen zwaaien met lakens en vlaggen naar de vliegtuigen, die al snel brengers van hoop blijken te zijn. Kort daarna worden massaal voedselpakketten afgeworpen boven het open terrein van Duindigt, vliegveld Valkenburg en andere locaties.
Honger
Een zeer welkome gift op die zondagmiddag in eind april 1945. In de Wassenaarse huiskamers, en elders in het westen van Nederland, is het gebrek aan voedsel ronduit ernstig en dreigt een catastrofe. Als gevolg van de Spoorwegstaking van september 1944 was door de Duitse bezetter de toevoer van voedsel en brandstof naar de Randstad een halt toegebracht. Sindsdien waren enkele scheepsladingen voedsel toegelaten door de Duitsers maar daarmee werd allerminst het verschil gemaakt.
Neutrale landen als Zweden en Zwitserland boden via het Rode Kruis hulp aan, zoals met het Zweeds Wittebrood in maart 1945. Het meel voor dit brood kwam met speciale transporten uit Zweden maar door tegenwerking van de Duitsers kwam de distributie veel later op gang dan gepland. In april lag het voedselrantsoen op 364 kcal in de westelijke provincies en nam de wanhoop toe, vooral in de grote steden. Naar verwachting zou medio mei 1945 de suikerbietenoogst zijn uitgeput. Nog op 24 april moest de gaarkeuken in Amsterdam de deuren sluiten vanwege brandstofgebrek. De nood was hoog!
Onderhandelingen
Hoewel de geallieerden al enkele maanden in gesprek waren met de Duitsers over hulp aan het westen van Nederland, resulteerde dit pas op 28 april 1945 met de start van onderhandelingen over concrete hulp. In het Utrechtse Achterveld kwam men overeen dat geallieerde vliegtuigen op daarvoor bestemde locaties voedseldroppings mochten uitvoeren. Vanwege de weersomstandigheden was de start van de voedseldroppings een dag later, op 29 april en start de RAF met ‘operatie Manna’. Op 1 mei doen ook de Amerikanen mee. De USAAF voert onder de naam ‘operatie Chowhound’ voedseldroppings uit op luchthaven Schiphol, Vogelenzang, vliegveld Bergen, Hilversum en Utrecht. In totaal waren meer dan 30 Engelse squadrons en 11 Bomb Groups van de Amerikaanse luchtmacht bij deze droppings betrokken.
De betrokken piloten zijn er niet helemaal gerust op als ze horen wat hun missie wordt. Er moet laag worden gevlogen om op een goede manier het voedsel te droppen. Zo laag, op 500 voet (150 meter) dat men een gemakkelijke schietschijf voor de Duitsers vormt. Daarbij komt nog dat de Lancasters en de Amerikaanse B-17’s volgens afspraak geen munitie aan boord hadden en bewapening was verwijderd. Op de eerste droppingsdag werd in totaal 535 ton voedsel uitgeworpen op alle daarvoor bestemde locaties.
Manna
Met ‘operatie Manna’, ontleend aan het Bijbelse manna, werd op de overeengekomen locaties voedsel verpakt in cementzakken uitgeworpen. Elk pakket woog ongeveer tien kilo en bevatte ondermeer meel, legerrantsoenen, melkpoeder, chocolade, blikken scheepsbeschuit en margarine.
Er worden ophaalploegen ingezet die het voedsel op de droppingslocaties verzamelen. Daarmee wil men voorkomen dat het voedsel in verkeerde handen terechtkomt, zoals de zwarte handel. Ook wordt ermee voorkomen dat Duitse soldaten ermee aan de haal gaan.

Het verzamelen en het verdelen van de voedselpakketten was makkelijker gezegd dan gedaan. Het voedsel moest worden gesorteerd, soms gereinigd en worden opnieuw verpakt. Het sorteren was een kunst op zich vanwege de grote verscheidenheid qua producten die waren uitgeworpen. Als gevolg hiervan en het gebrek aan transportmiddelen duurde het tot na de bevrijding voordat het voedsel verkrijgbaar was. Het psychologische effect was daarentegen wel bereikt. De voedseldroppings gaf de bevolking moed met het besef dat het einde van vijf jaar Duitse bezetting in zicht was.
De speciale missie maakte ook op de bemanningsleden zelf diepe indruk. “We zagen kinderen opgewonden naar ons zwaaien. Alle straten waren plotseling boordevol met mensen die allemaal als wilden naar ons stonden te zwaaien. Het was doodstil op onze intercom. Niemand in ons vliegtuig kon nog een woord uitbrengen.” Aldus Flight Lieutenant R.E. Wannop van het 90e Squadron van de RAF. “Ons doel was vliegveld Valkenburg. Na alle verwoestende missies voelden we ons allemaal heel goed over deze missie,” aldus Bernie Behrman van het 390e Bombardment Group van de USAAF. Een ander bemanningslid verklaarde: “Dit zijn de beste bommen die ik ooit uitgegooid heb.” In totaal werd in de periode 29 april t/m 8 mei 1945 door 5343 vliegtuigen bijna 11.000 ton aan voedsel uitgeworpen boven de Randstad.









