De Democratische Liberalen Wassenaar (DLW) willen duidelijkheid over het uitgangspunt dat de gemeente niet financieel bijdraagt aan een mogelijk dorpsmuseum. Volgens de partij is onvoldoende duidelijk welke kosten een toekomstige museumorganisatie zelf moet dragen en welke rol de gemeente wil spelen. DLW vraagt het college daarom ook of het bereid is het uitgangspunt ‘geen gemeentelijke bijdrage’ te heroverwegen.
Aanleiding voor de schriftelijke vragen van fractievoorzitter Ben Paulides is de interessepeiling die de gemeente heeft uitgezet voor een mogelijke museale functie in Wassenaar. Reacties van initiatiefnemers roepen volgens DLW vragen op over de financiële en organisatorische voorwaarden.
Wat betekent ‘geen bijdrage’?
Centraal staat de vraag wat de gemeente precies bedoelt met ‘geen gemeentelijke bijdrage’. Paulides wil weten of daarmee bijvoorbeeld bijdragen aan de inrichting, aanpassingen aan een gebouw, beheer en onderhoud, energie en beveiliging of een structurele exploitatiesubsidie worden uitgesloten. Ook vraagt hij welke kosten bij de eigenaar of beheerder blijven en welke voor rekening komen van een toekomstige museumorganisatie.
Warenar als mogelijke locatie
De vragen gaan ook over de huisvesting. DLW wil weten of bij de renovatie van Cultureel Centrum de Warenar al rekening is gehouden met kosten voor een museale inrichting van de zolderetage. Daarnaast vraagt de partij of het kosteloos of gesubsidieerd beschikbaar stellen van ruimte volgens het college geldt als gemeentelijke ondersteuning.
Ook wil DLW weten welke investeringen in het gebouw nodig zijn voor onder meer toegankelijkheid en veiligheid en welke andere ruimten in Wassenaar voor museaal gebruik in aanmerking komen.
Financiële steun niet uitsluiten
DLW vraagt het college de mogelijkheid van financiële steun niet bij voorbaat uit te sluiten. De partij wil weten of de gemeente samen met initiatiefnemers een exploitatiemodel wil ontwikkelen, waarin naast inkomsten uit entree, sponsoring, fondsen en donaties ook mogelijke gemeentelijke bijdragen worden meegenomen.
Als uit onderzoek blijkt dat een structurele bijdrage nodig is voor een volwaardig museum, wil DLW weten of het college die mogelijkheid wil openhouden. Eventuele bijdragen zouden volgens de partij kunnen worden gekoppeld aan vooraf vastgestelde criteria, zoals bezoekersaantallen, maatschappelijke activiteiten of educatieve programma’s.
Duidelijkheid over voorwaarden
Paulides wil verder voorkomen dat initiatiefnemers een volledig museumconcept uitwerken zonder vooraf te weten onder welke financiële voorwaarden dat gerealiseerd moet worden. DLW vraagt het college daarom eerst duidelijkheid te geven over de financiële en organisatorische randvoorwaarden. Ook wil de partij weten hoe lokale erfgoedorganisaties, waaronder de Historische Vereniging Oud Wassenaer, bij het vervolg worden betrokken.
In de laatste van de vijftien vragen vraagt DLW het college expliciet of het bereid is het uitgangspunt ‘geen gemeentelijke bijdrage’ te heroverwegen, zodat een dorpsmuseum volgens de partij een reële kans krijgt om duurzaam tot stand te komen. Het is nu aan het college om de schriftelijke vragen te beantwoorden.









