Skip to content
Wassenaarders aan het woord

Sam Babbel: Samen bouwen aan Wassenaar? Eerst maar eens samen wakker worden…

Avatar foto
Sam Babbel
12 juni 20269 minute read
Beeld: redactie Wassenaarders.nl

Luister, dit mag je niemand vertellen…
Ik zat laatst op het bankie bij de pas onthulde Peperbus. Bikkie lag aan mijn voeten te dutten en ik zat een beetje voor me uit te kijken. Het fonteintje stond gelukkig niet aan, want anders had ik daar gezeten met een natte achterkant en daar zit een mens op mijn leeftijd niet meer op te wachten.Voor me trok heel Wassenaar voorbij.

Mensen met boodschappentassen, fietsers die haast hadden, een moeder met een kinderwagen, een meneer achter een rollator en een stel scholieren die meer oog hadden voor hun telefoon dan voor het verkeer. Nou ja, dat schijnt tegenwoordig normaal te zijn.
Toen zag ik Kaatje Babbel-Water aankomen. Dat was ook de bedoeling, want we hadden afgesproken om een ijsje te gaan halen bij onze ijsman en meteen eens te kijken naar al dat moois dat er tegenwoordig in het centrum verschijnt.

Maar Kaatje had een flinke stapel papier onder haar arm. En geloof me, als Kaatje met papier loopt, dan is er wat aan de hand. Op je klompen voelde ik aan dat dit geen boodschappenlijstje was.
“Hier Sam,” zei ze terwijl ze de stapel in mijn handen duwde. “Net binnen. Ik dacht meteen aan jou.”
Ik keek naar de voorkant.

Sam Babbel

Samen bouwen aan Wassenaar

Nou, dacht ik, daar gaan we weer. In mijn leven heb ik inmiddels zoveel visies, plannen, routekaarten, perspectieven, agenda’s, nota’s, akkoorden en andere papieren toekomstdromen voorbij zien komen dat je er de toren van de Dorpskerk een tweede keer mee zou kunnen opmetselen.
“Luister Kaat,” zei ik, “haal jij maar vast twee ijsjes. Dan lees ik dit even door. Het zijn maar zesentwintig pagina’s, inclusief foto’s. Tegen de tijd dat jij terug bent, heb ik er vast wel een mening over.”
Kaatje schudde haar hoofd, draaide zich om en liep richting de ijszaak.
En ik?
Ik begon te lezen. En te schrijven. Want sommige stukken papier verdwijnen vanzelf in een la. Maar andere vragen er gewoon om dat Sam Babbel er eens goed naar kijkt.

Ik moet zeggen: De voorkant ziet er netjes uit. In een ronde kring de dorpspomp en dorpskerk samengevoegd met de logo’s van VVD, D66 en Lokaal Wassenaar. Kan niet beter. Daar moet je lang op hebben gestudeerd. Het ziet er mooi uit. Echt waar maar het had gelikter gekund.
De foto’s zijn netjes in rondjes weergegeven. De woorden zijn zorgvuldig gekozen. Iedereen kijkt vriendelijk maar je ziet meestal de achterkant. Niemand is boos. Niemand heeft ruzie. Iedereen bouwt samen. Zelfs de komma’s lijken het met elkaar eens. Maar na 15 minuten lezen dacht ik ineens: waar is nou eigenlijk het nieuwe?
Want als je alle mooie woorden wegpoetst, blijft er vooral een lijst over van dingen die we al jaren horen.

Meer woningen.
Meer participatie.
Meer leefbaarheid.
Meer welzijn.
Meer ondernemers.
Meer sport.
Meer vertrouwen.
Minder regels.
Minder lasten.
Een kleiner AZC.
En vooral heel veel samenwerking. Dat laatste geloof ik direct.  
Intussen kwam Kaat terug en zaten we gezellig nog te likken en te keuvelen. Ook Bikkie werd niet vergeten want Kaat had een koud flesje water meegenomen. Allen tevreden.

Thuisgekomen heb ik onmiddellijk de aantekeningen doorgenomen. Ik ken mezelf, als ik het laat liggen dan ontstaan andere ideeën en dat moeten we niet willen.

De duizend woningen

Laten we beginnen met het grote paradepaard: De ambitie voor 1000 woningen erbij. . Duizend woningen. Dat klinkt indrukwekkend. Duizend. Als je het snel uitspreekt lijkt het alsof de bouwkranen morgen al boven het dorp hangen. Maar toen begon ik te rekenen. Dat doe ik niet graag, maar soms ontkom je er niet aan. Vier jaar geleden werd ook gesproken over duizend woningen. En wat hebben we daarvan gezien? Een aantal projecten. Een paar mooie plannen. Veel tekeningen. Veel bijeenkomsten. Veel participatie. Veel discussie. Maar geen duizend woningen. Nu komt hetzelfde getal weer terug. Duizend. Ik ben benieuwd. Want waar moeten ze komen? Op het ANWB-terrein? De gemeentewerf? De schoollocaties Sint Jan Baptist en Sint Jozef (alle twee hjeiligen….) Maaldrift? De bollenvelden? Langs de Rijksstraatweg? Bij het zwembad? Achter de Kokshornlaan? Tussen de Zonneveldweg en de Van Zuylen? Iedereen heeft inmiddels wel een theorie.

Maar zodra een theorie een concreet bouwplan wordt, verandert iedere voorstander plotseling in een bezorgde omwonende. Dat is een natuurwet in Wassenaar. En dan blijft nog een belangrijkere vraag over. Hoeveel van die woningen zijn straks bereikbaar voor mensen uit Wassenaar zelf? Want dat hoor ik overal. Bij de bakker. Op het plein. Bij de voetbal. In de supermarkt. Niet: “Bouw meer huizen.” Maar: ”Kunnen onze kinderen hier straks nog wonen?” Dat is de echte vraag. Want als straks een groot deel van die woningen naar mensen van buiten het dorp gaat, dan lossen we misschien een woningtekort op, maar niet het probleem van de Wassenaarder die noodgedwongen naar Zoetermeer, Leiden of ergens achter Gouda moet vertrekken. Dan komt het nooit, never nooit meer goed.

Minder regels dus

Dat vond ik persoonlijk het leukste hoofdstuk. Minder regels. Maar het staat pas op het einde. Snellere vergunningen. Meer vertrouwen. Dat klinkt als muziek in de oren. Want laten we eerlijk zijn. Soms lijkt het gemeentehuis een fabriek waar vergunningen eerst zes keer worden gestempeld voordat iemand durft te zeggen dat een schuurtje daadwerkelijk een schuurtje is. Maar tegelijkertijd moest ik lachen. Want dezelfde overheid die jarenlang bekend stond om formulieren, procedures, trajecten, beleidskaders en toetsingsmomenten gaat nu ineens soepel worden. Dat is ongeveer hetzelfde als wanneer Bikkie aankondigt dat hij vegetariër wordt. Het zou kunnen. Maar ik wil het eerst zien.

Participatie

Daar is-ie weer. Het mooiste woord van de afgelopen twintig jaar. Participatie. Iedere bestuurder gebruikt het. Iedere beleidsmaker schrijft het op. Iedere adviseur verdient er geld mee. Maar niemand weet precies wanneer participatie geslaagd is. Ik ben inmiddels op genoeg bewonersavonden geweest. Dan krijg je een naamsticker. Een kop koffie. Drie gekleurde post-its. Een flap-over. Een presentatie van 78 dia’s. En vervolgens mag je vertellen wat je ervan vindt. Aan het einde wordt alles “meegenomen”. Waarheen weet niemand. Maar meegenomen wordt het. En een half jaar later ligt er meestal hetzelfde plan. Met misschien een extra struik. Of een bankje. Dat heet dan participatie. Ik zou graag eens meemaken dat een project echt verandert omdat inwoners gelijk kregen.
Dat zou pas vernieuwend bestuur zijn.

Het wonder van Maaldrift III

Ook dat stond er weer. Maaldrift III. Voor ondernemers. Voor het midden- en kleinbedrijf. Voor de lokale economie. Klinkt prachtig. Maar er zijn ook mensen die naar dat gebied kijken en iets anders zien. Groen. Ruimte. Sportvelden. Fietspaden. Lucht. En daar zit precies de eeuwige Wassenaarse discussie. Iedereen wil economische ontwikkeling. Zolang het uitzicht hetzelfde blijft. Iedereen wil woningen. Zolang het groen niet verdwijnt. Iedereen wil voorzieningen. Zolang niemand er last van heeft. Dat maakt besturen in Wassenaar ongeveer even eenvoudig als schaken op een surfplank.

Het AZC

Dan het gevoeligste onderwerp. Het AZC. De coalitie wil een kleiner centrum. Meer gezinnen. Minder alleenstaande mannen. Dat klinkt voor veel inwoners logisch. Maar ook hier geldt: tussen wens en werkelijkheid ligt een wereld van afspraken, wetten en onderhandelingen. Ik hoor sommige mensen al juichen alsof de verhuiswagens morgen voor de deur staan. Zo werkt het natuurlijk niet. Maar het laat wel zien dat de coalitie heeft geluisterd naar wat er leeft in het dorp. Want of je het er nu mee eens bent of niet, het onderwerp houdt veel inwoners bezig.

Geen belastingverhogingen

Ook zo’n klassieker. Iedereen applaudisseert. Niemand betaalt graag meer. Maar ondertussen wil het akkoord ook investeren.
In sport.
In scholen.
In zorg.
In welzijn.
In woningbouw.
In economie.
In participatie.
In leefbaarheid.
Dat doet mij denken aan iemand die een nieuwe auto wil kopen, een vakantie naar Italië wil boeken, de keuken wil verbouwen én iedere week uit eten wil. Maar ondertussen zegt: “Mijn inkomen blijft hetzelfde.” Ergens klopt de rekensom dan niet meer. En uiteindelijk komt altijd hetzelfde moment. Dan moet de gemeentelijke rekenmachine bepalen wat wens is en wat werkelijkheid.

Wat ik mis

Het opvallendste vond ik misschien nog wel wat er nauwelijks in staat.
De mantelzorger die dag en nacht klaarstaat.
De vrijwilliger die de sportvereniging draaiend houdt.
De ouderen die wachten op hulp.
De Wmo-aanvragen die soms veel langer duren dan wenselijk.
De inwoners die verdwalen in regels.
De jongeren die zeggen dat er voor hen weinig te doen is.
De mensen die niet op de foto staan wanneer een akkoord wordt gepresenteerd. Terwijl juist zij vaak het cement van het dorp vormen. Niet de stenen. Niet de gebouwen. Niet de beleidsstukken. Maar de mensen.

De nieuwe wethouders

En dan krijgen we binnenkort ook nieuwe wethouders. Een aantal nieuwe gezichten. Nieuwe energie. Nieuwe ideeën. Dat gun ik ze van harte.
Besturen is geen makkelijke baan. Want vanaf het moment dat je wethouder wordt, ontdekt iedereen plotseling dat jij persoonlijk verantwoordelijk bent voor het weer, het verkeer, de woningmarkt, de zorg, de parkeerdruk en de stand van de maan. Dus ik wens ze veel succes. Ze zullen het nodig hebben.

Tot slot

Toen ik klaar was met lezen keek ik nog eens naar de titel. Samen bouwen aan Wassenaar. Dat klinkt mooi. Misschien zelfs mooier dan welk akkoord dan ook. Want uiteindelijk bouw je een dorp niet alleen met woningen. Niet met asfalt. Niet met beleidsstukken. Niet met persberichten. Een dorp bouw je met vertrouwen. Met inwoners die zich gehoord voelen. Met vrijwilligers die zich gewaardeerd voelen. Met jongeren die kunnen blijven. Met ouderen die kunnen rekenen op hulp . Met ondernemers die ruimte krijgen. Met buurten die betrokken worden voordat de besluiten al genomen zijn. En vooral met bestuurders die begrijpen dat een akkoord pas begint op de dag dat de handtekeningen droog zijn. Want foto’s maken is eenvoudig. Akkoorden schrijven ook. Maar bouwen? Dat begint pas de ochtend daarna.

Sam Babbel

Deel dit artikel
Tags
ColumnSam BabbelWassenaar
Gerelateerde artikelen

Geen reacties

Back To Top