Luister, dit mag je niemand vertellen, maar ik geloof dat we in Wassenaar een stille ramp meemaken. Geen vlammen, geen loeiende sirenes – nee, erger nog: we verliezen iets zonder dat iemand lijkt op te merken dat het verdwijnt. En niemand slaat alarm.
Ik heb het over het Brandweermuseum. Al meer dan een eeuw hield dat museum het vuur brandend – niet letterlijk, hè, daar hadden we vroeger de jongens van de spuit voor – maar als herinnering aan dappere mensen, lokale geschiedenis en alles wat ruikt naar roet, rubber en reddingswerk. En nu? Nu wordt die hele collectie linea recta naar Apeldoorn gestuurd. Omdat De Paauw gerenoveerd wordt. Omdat de ruimtes – waar eerst nog werkplekken zouden komen – nu ineens plee, borrelopslag en ‘nader te bepalen’ hok blijken te worden.

Pardon?
Dus de Collectie Van der Mark, waar de vonken van de historie nog van afspringen, moet wijken voor een toiletgroep en een voorraadkast met servetten? Dan moet je mij toch eens uitleggen wat de prioriteiten zijn van ons gemeentebestuur.
En wat blijft er over in Wassenaar? Helemaal niks. Geen spuitgasten, geen oude helmen, geen glimmende brandweerauto’s, geen verhalen over stormnacht en vlammenzee. De jeugd van nu krijgt straks meer geschiedenisles in een TikTokfilmpje dan in hun eigen dorp. Want een Dorpsmuseum? Dat komt “misschien ooit”. En deze brandweergeschiedenis? Die is dan allang ondergebracht in een depot in Apeldoorn, waar hij tussen de dossiers en duikpakken verdwijnt in het grote niets.
Wassenaar blijft dus verstoken van zijn eigen erfgoed. We kunnen nog wel stoer roepen dat we een dorp zijn met historie, met karakter, met een ziel – maar we halen er ondertussen stukje bij beetje alles uit. Weg afgebrande molen, weg narcisvelden, weg marinevliegveld, weg oude boerderijen, weg brandweermuseum. En dan straks verbaasd zijn dat er geen binding meer is, dat mensen zich hier alleen maar ‘bewoner’ voelen in plaats van Wassenaarse mens.
En ja, de gemeente zegt dat de collectie beschikbaar blijft voor tentoonstellingen in Wassenaar. Dat klinkt netjes, maar het is een belofte zonder sleutel. Want zonder vaste plek, zonder vitrine, zonder verhalen aan de muur, blijft die belofte net zo hol als een brandslang zonder druk.
Ik zeg het maar gewoon rechtuit: dit is geen praktische beslissing. Dit is culturele kapitaalvernietiging. Dit is alsof je Rembrandt wegstopt in een kelder “omdat we nog niet weten wat we met de muur willen doen”.
Dus gemeenteraad, wakker worden. We kunnen nog iets doen. Laat het niet aan de toekomst over – die heeft het al druk genoeg met opruimen wat wij laten liggen. Regel een ruimte. Richt een hoekje in. Bouw desnoods een houten schuur op de opslag aan de Johan de Wittstraat of in de gemeentetuin bij De Paauw, maar geef Wassenaar zijn geschiedenis terug. Geef ons iets om trots op te zijn. Iets dat je met je kleinzoon kunt bekijken op een regenachtige zondagmiddag, terwijl je zegt: “Kijk jongen, zo deden wij dat vroeger.”
Anders rest ons straks alleen nog een wc-blok en de geur van gemiste kansen.
Sam Babbel