Skip to content
Wassenaarders aan het woord

Sam Babbel – Het paard staat nog steeds te wachten

Avatar foto
Sam Babbel
7 augustus 20265 minute read
Beeld: redactie Wassenaarders.nl

Van de week zat ik weer eens op een nieuw bankie. Nou ja, nieuw… die banken staan er al een hele tijd, maar ik was er nooit eerder gaan zitten. U kent ze vast wel. Er staan er drie netjes op een rij, alsof ze met een liniaal zijn uitgezet. Aan de rand van het Geesbert van Barneveldpark, met uitzicht op de skatebaan, de gymtoestellen en de mooie havenhuizen aan de overkant.

Er is altijd wat te beleven in dat gezellige park. En geloof me: op zo’n bankie hoor je vaak meer dan tijdens een gemiddelde raadsvergadering. Gek eigenlijk, want vanaf dat bankie zie je helemaal geen paard. En toch bracht één moment van stilte me ineens terug naar Duindigt.

Niet aan alle juridische procedures.
Niet aan de stapels dossiers.
Niet aan de rechtbank.
Maar aan vroeger.

Aan een zondagmiddag waarop heel Wassenaar leek uit te lopen. De geur van paarden, vers gemaaid gras en sigarenrook. Heren met een hoed op. Dames die zich voor de gelegenheid nét iets mooier hadden aangekleed. Kinderen die hun ogen uitkeken wanneer de paarden in volle vaart de bocht uit kwamen. Het dreunen van duizenden hoeven over de baan. De spanning vlak voor de start. En natuurlijk waren er altijd mensen die achteraf precies wisten welk paard had moeten winnen.

Sam Babbel

Niet zomaar een renbaan

Duindigt is niet zomaar een renbaan. Het is een stukje Wassenaar. Een plek waar herinneringen zijn gemaakt. Waar generaties elkaar ontmoetten. Waar sport, natuur en historie samenkomen. Zelfs mensen die nog nooit een gulden op een paard hadden ingezet, kwamen er graag wandelen of kijken.
En kijk nu eens.
De paarden lijken bijna vervangen door advocaten. Ik heb nog nooit een advocaat een stal zien uitmesten. Ook nog nooit een jurist een hoefijzer zien beslaan. En geloof me: een paard maakt zich echt niet druk om een dagvaarding. Maar dossiers produceren… dát kunnen ze als de beste. De stapels papier zijn inmiddels waarschijnlijk hoger dan de tribune.

De gemeente wilde de regie houden.
De eigenaar wilde verkopen.
Stichting Villa Betty wilde investeren.
De rechter sprak zich uit.

Iedereen zegt het beste met Duindigt voor te hebben. Maar ondertussen gebeurt er op het terrein bitter weinig. Het gras groeit. De gebouwen verouderen. Het onderhoud wacht. En de Wassenaarder kijkt toe.

Wat mij misschien nog wel het meest stoort, is dat al die juridische strijd niet gratis is. Integendeel. Volgens de beschikbare informatie is inmiddels ruim zeven ton gemeenschapsgeld besteed aan procedures, onderzoeken, externe adviezen en juridische bijstand. Zeven ton. Laat dat bedrag eens rustig op u inwerken. Dat is geld van ons allemaal.
Geld van inwoners die hun afvalstoffenheffing betalen.
Hun OZB.
Hun gemeentelijke belastingen.

Mensen die iedere maand merken dat alles duurder wordt.
Daar mag je toch best eens een vraag over stellen. Want wat hebben we er nu eigenlijk voor teruggekregen?
Een dikkere stapel dossiers.
Meer procedures.
Nog meer advocaten.
En opnieuw uitstel.

Juridische draaimolen

Ik begrijp heel goed dat een gemeente zorgvuldig moet handelen. Dat het algemeen belang bewaakt moet worden. Dat je een groene buffer wilt beschermen tegen grondspeculatie. Natuurlijk. Maar zorgvuldig is iets anders dan eindeloos. Soms lijkt het alsof niemand nog durft te zeggen: “Mensen… we moeten nu vooruit.”

Eind juli oordeelde de rechtbank dat de koopovereenkomst niet in strijd is met het gemeentelijke voorkeursrecht. Daarmee leek er even een streep onder een hoofdstuk te kunnen worden gezet. Maar nog voordat de inkt onder de uitspraak goed en wel droog is, kondigt de gemeente aan in hoger beroep te gaan. Eerlijk gezegd was ik daar al een beetje bang voor.

Begrijp me goed: iedere partij heeft het recht om een uitspraak door een hogere rechter te laten toetsen. Dat is ons rechtssysteem en daar is niets mis mee. Maar voor de buitenwereld voelt het vooral alsof het dossier opnieuw de juridische draaimolen instapt. Weer advocaten. Weer stukken. Weer kosten. Weer maanden wachten.
Ondertussen staan de tribunes er nog steeds.
Blijven de stallen ouder worden.
En wachten de paarden niet op een arrest van het gerechtshof.

Ik ben inmiddels de tel kwijt hoeveel rapporten, onderzoeken, procedures en scenario’s er de afgelopen jaren zijn verschenen.
Een hippisch centrum.
Een park.
Woningen.
Sport.
Kantoren.
Een internationale veiligheidsinstelling.

Als het zo doorgaat verwacht ik binnenkort nog een kabelbaan naar Meijendel, met een tussenstop bij Duinrell, én een aanlegsteiger voor rondvaartboten.

Iedereen heeft inmiddels een plan. Behalve één plan waar iedereen zich achter lijkt te scharen.
Gewoon beginnen.
Want dat is toch eigenlijk waar heel Wassenaar op wacht. Niet nóg een rapport. Niet nóg een procedure. Maar een schop in de grond.
Een verfkwast langs de tribune. Een opgeknapte stal. Leven.
Want Duindigt is veel meer dan een stuk grond op een aantrekkelijke plek.
Het is geschiedenis.
Het is cultuur.

Het is een plek waar duizenden Wassenaarders hun herinneringen hebben liggen. Misschien hun eerste paardenwedstrijd. Hun eerste afspraakje. Hun eerste gewonnen weddenschap van een tientje. Of gewoon een mooie wandeling langs een uniek stukje Wassenaar.
Dat raak je kwijt wanneer je alleen nog maar in juridische termen denkt.
Ik hoop dan ook dat alle betrokken partijen zichzelf één eenvoudige vraag durven te stellen.
Niet: “Wie krijgt uiteindelijk gelijk?”
Maar: “Waar zullen onze kinderen en kleinkinderen over twintig jaar trots op zijn?”
Op een dossier van duizenden pagina’s? Of op een prachtig behouden Duindigt?

Bikkie keek me aan. Tenminste… dat dacht ik. Later bleek dat iemand op een bankje verderop een zak van Kaptein openmaakte met daarin een warm saucijzenbroodje. Slimme hond. Misschien slimmer dan wij allemaal. Want honden weten één ding heel goed: Als iedereen aan hetzelfde bot blijft trekken, houdt uiteindelijk niemand iets over.

Ik stond op en keek nog één keer in de richting van Duindigt. In gedachten hoorde ik ergens in de verte weer hoefgetrappel.

Misschien verbeeldde ik het me. Maar één ding weet ik zeker. Een paard blijft niet eeuwig wachten. En het geduld van Wassenaar eigenlijk ook niet.

Sam Babbel

Deel dit artikel
Tags
ColumnSam BabbelWassenaar
Gerelateerde artikelen

Geen reacties

Back To Top