Skip to content
Wassenaarders aan het woord

Wachten als Wassenaarse traditie

Avatar foto
Sam Babbel
30 januari 20268 minute read
Beeld: redactie Wassenaarders.nl

Wachten … het is een woord dat moeilijk te omschrijven is. Het is een woord dat in behoorlijk wat gedaanten tot ons komt. We hoeven immers niet alleen te wachten, maar we kunnen ook iets verwachten (bijv. woninkjes voor ouderen…..). Maar of die er ook komen, moeten we toch maar weer afwachten. En dat afwachten doen we dan weer doordat we iemand opwachten, die ons dat goede nieuws komt brengen. En dan hebben we het alleen nog maar over het werkwoord wachten.

Want we kunnen dat woord wachten immers ook combineren met andere woorden zoals: dijkwachten – dodenwachten – landwachten – edelwachten – lijfwachten – erewachten – schildwachten – stadswachten – nachtwachten – schapen-wachten en nog veel meer andere combinaties. Voor het laatstgenoemde woord kunnen we ook het woord herders gebruiken (en die herder ben ik lang geweest). En wachten kan ook lang duren.

Sam Babbel

Dan hebben we het over enorme wachtrijen en uren- lang wachten op bijvoorbeeld een trein die te laat komt. Dan is het zelfs mogelijk dat je moet wachten tot je een ons weegt.
Maar luister… dit mag je niemand vertellen, het wachten is een Wassenaarse traditie.
Ik had al iets in de wandelgangen vernomen maar wachtte er mee om het te vertellen sinds die gemeentewerf nog naar teer en diesel stonk. Ze wilden daar honderd-twintig woninkies neergooien, 5 of 6 lagen hoog, en dan erbij zeggen: “Is goed voor starters, ouderen, en doorstromers.” Nou, als je het snel leest denk je: “Mooi, doen!” Maar in Wassenaar doe je niks snel, zeker niet als het over bakstenen gaat. In Wassenaar duurt een ‘raadsbesluitje’ langer dan het uitbroeden van een ooievaar op De Paauw.

Zo beginnen sprookjes ook altijd

Er was eens een gemeentewerf die niet meer als werf in gebruik was.
De gemeente zegt: Er moeten daar huizen komen. Voor starters, ouderen, politie, zorg, onderwijzers. Die komen anders niet meer binnen de dorpsgrens. En dat klopt.

De politiek.
Hart voor Wassenaar, zegt: Ja hoor, mooi plan…maar niet zo lomp, niet zo hoog, niet zo veel, want dan wordt Noord net Zoetermeer. Ze willen max. 80 woningen, max. 3 lagen, parkeerplaatsen zat en de buurt eerst laten praten.
Maar dan komt D66 weer vrolijk binnen stuiteren: “Tempo! Geen haast, maar tempo!” (Leg mij dat nog maar ‘es uit, want dat klinkt als warm ijs of licht bier.) Die willen de senioren graag op één been laten doorstromen, liefst via een autoluw hofje met groen, gezellig en klimaatneutraal, zodat de politieagent, de verpleegster en de onderwijzer eindelijk een stekje hebben. Prima idee, want die moeten ook ergens slapen, niet in het fietsenhok van het Van Heeckerenhuis.
Maar toen dacht de PvdA: “Ho effe jongens, het deugt niet waarmee ze hun eigen wethouder laten bungelen.
Politiek is net melk veilen op de markt, iedereen roept wat, maar niemand betaalt totdat ze zeker weten dat ze de goedkoopste hebben.

En dan nog twee organisaties
De Stokstaartjes (Stokstaartjes zijn waakzaam en symboliseren daarmee de zorg, die wij als Wassenaarders voor elkaar zouden moet hebben) die ook meedoen in het sprookje zijn ook boos. En als de Stokstaartjes boos worden,  dan is er wat aan de knikker. Een burgerinitiatief was ooit erkend door de gemeente zelf, beloofd en bejubeld. Ze zouden ergens terecht kunnen! Waar blijven ze? En geef ze eens ongelijk. Maar het ligt nou in de mottenballen.

De Vrienden van Wassenaar (De vereniging vecht voor het behoud van het eigen karakter van ons dorp met als kernmerken: groene oase) zeggen: leuk hoor, verdichten, optoppen, inbreien, maar wel smaakvol, esthetisch, participatief, met variatie, zonder massaliteit, en liefst met een knikkebollend groen hart ertussen. En ze hebben gelijk: niemand wil wonen op een plek die eruitziet als de achterkant van station Leiden/ Lammenschans.

En daartussen staat die arme raad. Die moet over alles beslissen maar heeft ondertussen een memo van de provincie, een realisatieagenda Haaglanden met prestatieafspraken (minstens tweederde betaalbaar), een coalitieakkoord met 30/40/30, NHG-grenzen, bodemsanering, corporaties, tenderprocedures, en twee transformatorstationnetjes die misschien ooit óók woningen moeten worden. Je zou als volksvertegenwoordiger haast verlangen naar de jaren zestig toen er gewoon een schop de grond in ging.

Maar goed, zo eindigen sprookjes tenslotte altijd: iedereen wordt het eens over één ding: Er moet gebouwd worden, en die grond moet gesaneerd worden.
Alleen over hoeveel, hoe hoog, voor wie, wanneer, hoe autoluw, met hoeveel parkeervakken, en wie het betaalt — dáar zijn ze het net niet over eens. Wat ik u wél wil meegeven is wat een oudere heer laatst zei (ik noem geen namen, maar hij had een petje op waar nog net geen antenne aan ontbrak): “Landelijk stem ik al 62 jaar hetzelfde maar nu weet ik het effe niet meer. Maar gemeentelijk is Hart voor Wassenaar tenminste nog aardig tegen ons. Die hebben in ieder geval door: wie het hart van het dorp wint, hoeft niet te scoren op spreadsheets.”

Maar aan mij wordt niets gevraagd maar ik vind er wel wat van

In alle bescheidenheid zeg ik:
–  Ja, we moeten bouwen. Jong en oud zitten elkaar hier letterlijk in de woonkamer.
–  Ja, die werf is een prachtplek: dicht bij winkels, voorzieningen, en je hoeft geen egelopvang om te leggen.
–  Ja, een beetje variatie, wat hoger hier, wat lager daar, vooral richting de tuinen aan de Van Zuylen van Nijevelt, lijkt me fatsoenlijk.
–  Ja, participatie moet geen toneelvoorstelling zijn waar je hooguit mag klappen.
–  En ja, de buurt mocht best eerder en minder lullig zijn meegenomen.

Maar ik zeg ook: het hoeft niet zo lompmassaal en niet zo politiek gehaast.
Want als je een plan 5 jaar laat sudderen, moet je niet vlak voor de verkiezingen ineens het gas vol open gooien.

►90 tot 100 woningen,
►slim verdeeld over koop, huur, sociaal, senioren,
►vier laagjes met een knikje of kapje richting Havenstraat en de achtertuintjes,
►fatsoenlijk maaiveldparkeren (want parkeergarages zijn duurder dan truffels in december),
►en die Stokstaartjes eindelijk ‘es een eigen hokje
►mét een fatsoenlijk participatieproces zodat de buurt niet na afloop zegt: “Wat is dit nou weer voor een verrassingsei?”

Ik eindig met de klassieke drie vragen zoals Hart voor Wassenaar dat altijd doet:
Is het goed voor Wassenaar?
Is het goed voor de Wassenaarder?
Wil de Wassenaarder het?

Het antwoord op die laatste is:
De Wassenaarder wil het wél… maar anders.
En dat is precies waar de politiek nu zes commissievergaderingen en drie raadsvergaderingen voor nodig heeft.

Maar dan…we zijn  er nog niet. Nu komt het fijnste stukje. Weet je nog het kolenhok? Dat donkere stinkhok waar vroeger niemand voor z’n lol kwam behalve de kolenman die zijn vingers aan openhaalde, stof in de ogen en daarna met een borrel ‘s avonds bijtrekken. Nu kan dat een gezellige ontmoetingsruimte worden met vloerverwarming. Voor de bewoners straks dan he. Kijk daar kan ik van genieten. Dat zo’n oud stinkhok een plek wordt voor het kaarten, of misschien wel vergaderingen voor de buurt. Kunnen ze straks een kopje thee doen, of een glaasje bubbels na het werk of wellicht een advocaatje. Misschien dat er een toneelclub komt voor ouderen met een koffiemachine. Alles duurzaam natuurlijk, want dat hoort zo tegenwoordig.

Laatste nieuws

De gemeenteraad heeft besloten om voorlopig… niets te besluiten.
En eerlijk is eerlijk: dat besluit voelt in Wassenaar bijna als thuiskomen.

De gemeentewerf ligt er weer gewoon bij zoals hij al jaren ligt.
Geen heimachines, geen verhuisdozen, geen sleutels aan een lintje.
Alleen een hek, wat onkruid, en plannen die nog net niet oud genoeg zijn om er zelf in te gaan wonen.

De starters wachten. De ouderen wachten. De buurt wacht.
En ik vermoed dat zelfs de tekeningen op het Raadhuis inmiddels een beetje zijn gaan wachten, ze krullen al aan de randen.

De één noemt het stilstand, de ander noemt het zorgvuldigheid.
Maar ik zie vooral mensen die hun leven graag een kamer verder zouden schuiven, en nu nog even blijven zitten waar ze zaten,
met uitzicht op dezelfde muur en dezelfde klok die harder tikt dan vroeger.

Misschien is dat wachten ook wel onze grootste traditie.
We wachten tot het plan beter wordt. We wachten tot iedereen gehoord is. We wachten tot de verkiezingen voorbij zijn. En ondertussen wachten we zó lang, dat zelfs het wachten toe is aan vernieuwing.

En toch, ik blijf een optimist met eelt op de klompen. Want ooit, let op mijn woorden, wordt dat kolenhok tóch een warme kamer. Met licht aan.
Met stoelen die niet meer wiebelen. Met mensen die zeggen:
“Weet je nog, toen het hier allemaal nog moest beginnen?”

Tot die tijd staat de gemeentewerf daar. Niet als bouwplaats, maar als herinnering aan wat had gekund en misschien, heel misschien, nog steeds kan.

Zo.
En nou eerst een bakkie. Want sommige dingen moet je niet overhaasten. Zelfs niet het wachten.

Sam Babbel

Deel dit artikel
Tags
ColumnSam BabbelWassenaar
Gerelateerde artikelen

Geen reacties

Back To Top