Skip to content
Wassenaarders aan het woord

Eerst democratisch feesten en dan….een nieuwe lente

Avatar foto
Sam Babbel
20 maart 202610 minute read
Beeld: redactie Wassenaarders.nl

Ja, beste lezers van beiderlei geslacht, pak een bakkie koffie, zet Radio West zachtjes op de achtergrond, en ga d’r effe voor zitten. Want als Sam Babbel eenmaal begint te vertellen, dan is het meestal geen kort stukkie…

Voordat ik aan mijn voorjaarsgedachten begin moet er natuurlijk nog even iets van het hart over de verkiezingsuitslag. Want in Wassenaar is stemmen een serieuze zaak.
Stemmen wordt ook wel ‘het feest der democratie’ genoemd.

Dit jaar vierden we dat feest op 18 maart 2026. Er werd van mij verwacht, dat ik weer de vierjaarlijkse gang naar de stembus maakte.

Sam Babbel

Even een korte omschrijving voor hen die nimmer aan dit schouwspel hebben deelgenomen:
Bij binnenkomst moest ik me eerst met mijn toegezonden stemkaart melden bij de voorzitter. Die zegt mijn naam tegen zijn of haar secondanten, die naast hem of haar zitting hebben genomen. Zij kunnen nagaan of ik ergens vermeld sta, dat ik niet mag stemmen, een volmacht heb afgegeven of stemonbekwaam ben verklaard. Ook moet ik aantonen, dat ik degene ben die op de oproep vermeld sta. Na die identificatie krijg ik een papier overhandigt van bijna een meter waarop alle partijen vermeld staan aan wie ik mijn kostbare stem zou kunnen  geven.

Daartoe begeef ik mij naar een ‘planken’ omhulsel waar ik één rondje in een vierkant vakje rood mag maken. Dit als aanduiding dat ik die partij, mannetje of vrouwtje, in de gemeenteraad wil hebben. Daarna vouw ik het bewuste blad weer dicht, verlaat het houten omhulsel zonder het rode potlood als aandenken mee te nemen en deponeer het tot minikrant gevouwde exemplaar in een bus met een gleuf die aan de zijkant van het stemlokaal staat. Een lid van het stembureau houdt het nauwlettend in de gaten. Aan het eind van de stemdag moeten alle ingeleverde stemkaarten kloppen met het aantal uitgereikte biljetten die in de stembus liggen. En dat gaat nog wel eens mis of anders gezegd het klopt niet altijd…en dat moet je dus weer de hele stapel door…

Ja, en dan is het wachten, in spanning of niet, tot de late avond of vroege morgen om te weten of de partij van mijn keuze inderdaad een aantal zetels heeft behaald om in het raadhuis de Paauw (straks in  het Politiebureau) zitting te nemen.

En u weet hoe dat gaat met verkiezingen: De ene partij wint een zetel, de andere verliest er een. Vervolgens begint het mooiste onderdeel van de democratie: het uitleggen waarom het eigenlijk toch een overwinning is.
Dat is een wonderlijk verschijnsel. Als een partij er twee zetels bij krijgt is het een overwinning, maar als er twee verdwijnen blijkt het ook een overwinning te zijn. Dan heet dat namelijk: “een duidelijk signaal van de kiezer.”

Ik heb dat altijd een prachtige uitdrukking gevonden. Want niemand weet precies wat dat signaal inhoudt, maar iedereen weet wel zeker dat het signaal precies betekent wat men zelf al dacht.
In de wandelgangen van Huize De Paauw – waar de politiek van Wassenaar zich pleegt af te spelen – zal er dus de komende tijd weer flink worden overlegd, gepraat, geknikt en soms een beetje moeilijk gekeken.

Maar uiteindelijk komt het altijd weer goed. Wassenaar is tenslotte een dorp waar men elkaar op zaterdag gewoon weer tegenkomt bij de bakker, op de markt of tijdens een wandeling door de Pauw, het bosje van Pallandt of anderszins.
En dan blijkt dat politieke tegenstanders in het dagelijks leven vaak gewoon buren zijn. Maar goed, daar zullen we de komende tijd vast nog wel het een en ander over horen.

En nu…Een nieuwe lente

Ja beste lezers, een nieuwe lente. En men zegt er dan bij: een nieuw geluid. Dat hoor ik ieder jaar weer opnieuw. Maar zeg nou zelf: na ruim twintig eeuwen en nog wat jaartjes erbij is er bij een nieuwe lente nog wel een écht nieuw geluid te verzinnen?
Ik heb daar zo mijn twijfels over. Volgens mij niet zo veel meer. Al moet ik er eerlijk bij zeggen dat ik er zelf pas 80 van heb meegemaakt en dat de eerste vijftien zich vooral afspeelden in de categorie kijken, luisteren en proberen te begrijpen waarom grote mensen zich zo druk maakten.

Bij ons thuis vroeger zag je in het voorjaar soms de zonnestralen door het dakbeschot naar binnen vallen. Dat was geen moderne isolatie, dat was gewoon een huis dat al een paar lentes had meegemaakt. Mijn moeder noemde dat frisse lucht, mijn vader noemde het een doorkijk. Maar, vraag ik me toch af: kan je de lente ook ruiken? Maar hoe ruikt dat dan? De herfstgeur is mij wel bekend, modderig, bedompt door de vallende bladeren, het ruikt naar vergankelijkheid. Maar de lente, hoe die geurt? Het zal een frisse geur zijn, droge lucht, helderblauwe lucht en verschillende temperaturen. Maar hoe ruikt het? Een frisse geur waarschijnlijk vol van verwachting, laat ik het daar maar op houden.

Voor mij is het begin van de lente altijd iets vrolijks. Om nog maar eens een heerlijk afgezaagde uitdrukking te gebruiken: je voelt het voorjaar in je lijf. Het kriebelt een beetje. Je krijgt de neiging om naar buiten te gaan. Een rondje te lopen. De zon te begroeten. En weer op één van de Wassenaarse  bankjes te gaan zitten en te doen alsof je een rondje hebt gelopen.

En eerlijk is eerlijk: als ik uit het raam kijk en ik zie die bomen weer langzaam groen worden, dan word ik daar gewoon vrolijk van. De sneeuwklokjes, de krokusjes en narcissen steken hun kopjes boven de grond uit en de takken beginnen weer uit te lopen.

Stelt u zich eens voor dat dat allemaal niet gebeurde. Dat het hele jaar november bleef. Dan zou het hier zelfs in de Langstraat een sombere boel worden.

Met de komst van de lente schijnt het ook zo te zijn dat een mens moet gaan wandelen. Dat staat in allerlei bladen. Alleen staat er nooit bij hoe ver.
Je kunt natuurlijk een rondje doen door Meijendel, of even met de auto naar de Wassenaarse Slag en dan een bakkie bij Sport. Sommigen wandelen langs Backershagen, anderen richting de Raaphorst, de Horsten of langs de renbaan van Duindigt.

Maar voor je het weet ben je drie kilometer verder en denk je: Sam, je had ook gewoon op een bankje bij Duinrell kunnen gaan zitten. Daar loopt het halve dorp toch langs.

En dan hoor je mensen zeggen dat ze het laatste stuk “op hun tandvlees” hebben gelopen.
Nou moet ik u eerlijk zeggen: ik heb in mijn leven veel wonderlijke dingen gezien, maar nog nooit iemand op zijn tandvlees zien lopen. Het lijkt mij technisch een vrij ingewikkelde manier van voortbewegen.

Als de lente weer komt, krijgen we volgens sommige mensen ook weer vleugels. Lichte vleugels zoals vlinders.
Nou heb ik vroeger op de St. Willibrordusschool tijdens de schaarse biologielessen geleerd dat een vlinder een vrij kort leven heeft.
Maar de krant wist laatst iets anders te melden. Daar stond:
“Vlinders na 50 jaar weer terug in de regio.”

Nou heb ik daar een hele avond over zitten prakkiseren. Waar heeft die vlinder al die tijd gezeten? Boven Meijendel rondjes gevlogen? Of heeft hij al vijftig jaar op het transformatorhuisje in Deijleroord zitten wachten totdat iemand een mooie duintekening op het huisje schildert?

Waar ik wel op zit te wachten, dat heb ik een tijdje geleden gelezen maar waar je niet zo veel meer van hoort, is dat ze op de Kokshornlaan, komend vanuit Katwijk richting Wassenaar, een zogeheten doseerinstallatie gaan neerzetten. Ja ja… een doseerinstallatie.  Het schijnt dat zo’n apparaat het verkeer een beetje gaat “doseren”. Ik zie het al voor me. Sta je daar ’s ochtends in de rij. Katwijkers, Wassenaarders, een verdwaalde Hagenaar… allemaal braaf te wachten tot het lampje zegt dat je weer een stukje het dorp in mag rijden.
Ach ja. Misschien is het ook wel ergens goed voor. Een beetje geduld kan geen kwaad. En als je toch staat te wachten, ken je meteen even naar de duinen kijken. Da’s nog altijd mooier dan een file op de N44.
Maar één ding weet ik wel:
Als ze straks ook een doseerinstallatie voor sterke verhalen gaan plaatsen… dan kom ik het dorp nooit meer in.

En ondertussen hè, hebben we hier in het dorp nog zo’n mooi hoofdstuk: de 30-kilometer.
Ik zeg je eerlijk, als je tegenwoordig vanaf de Rijksstraatweg richting het centrum rijdt, lijkt het soms net een verkeersquiz. Eerst vijftig… dan ineens dertig… en drie straten verder mag je weer vijftig. Voor je het weet zit je meer naar borden te kijken dan naar de weg.
Maar wat me nog het meest opvalt: sommige politieke partijen die het destijds allemaal prima vonden, praten er tegenwoordig ineens een stuk anders over. Blijkbaar hebben nogal wat Wassenaarders toch ineens een andere mening dan men eerst dacht. Maar goed — ik zeg altijd maar zo: in Wassenaar kan de snelheid dan wel dertig zijn, maar van mening veranderen gaat soms nog een stuk sneller.

En dan nog zo’n mooie kop, een tijdje geleden alweer, in de krant:
“Bewoners vechten tegen sluiten kerk in Wassenaar.”
Nou, ik moest dat eerlijk gezegd drie keer lezen. Ik dacht altijd dat een kerk nou juist een plek was voor liefde, vrede en een beetje bezinning. Maar blijkbaar kan er ook daarbuiten nog stevig gediscussieerd worden.
Aan de andere kant… de uitdrukking “de kogel is door de kerk” bestaat natuurlijk niet voor niks. Zo heb ik dat een maand of wat geleden zelf mogen aanschouwen dat die kogel hier in Wassenaar niet is blijven hangen. Het ging behoorlijk tekeer bij de voormalige Jozefkerk, de aanbouw was in één dag foetsie.
Maar ja, zo gaat dat hier vaker: er wordt eerst lang gepraat, dan nog wat langer nagedacht, en ondertussen drinkt iedereen nog een bakkie koffie.

En dan nog iets wat mij onlangs werd verteld door een ervaren Wassenaarse wandelaar. Die zei doodleuk tegen mij, toen ik hem vertelde, dat ik een muis in huis had: “Wist je dat een aardmuis en een woelmuis in elkaars vaarwater zitten. Ik dacht ‘die neemt mij in het ootje’. Ik heb nooit geweten dat muizen een vaarwater hebben. Bij thuiskomst heb Ik heb meteen mijn klompen aangetrokken omdat ik niet alles voor zoete koek aanneem. Ik ben, wellicht goedgelovig,  een rondje gaan lopen langs de weilanden richting de Wetering. Maar ik heb geen enkele muis met een bootje gezien. Wel kwam ik ’s avonds thuis met zoveel kilometers in de benen dat ik bijna op mijn wenkbrauwen liep. En geloof me: dat is nog vermoeiender dan op je tandvlees.

Dus ja beste lezers, de lente is weer begonnen. De bomen lopen uit, de vogels fluiten en in Wassenaar buigen ze zich nog steeds over verkeerslichten en snelheidsborden. Maar dat geeft niet.
En weet u wat het isWant uiteindelijk blijkt het motto die De Zonnebloem hanteert een hele mooie te zijn:
Houdt de zonzij.
Dat betekent gewoon: kijk een beetje naar de zonnige kant van het leven.

Zelfs als het verkeerslicht weer eens op rood springt terwijl er niemand aankomt. Dan denk ik altijd: ach… misschien is dat wel dat nieuwe geluid van de lente.

Sam Babbel

Deel dit artikel
Tags
ColumnSam BabbelWassenaar
Gerelateerde artikelen

Geen reacties

Back To Top